BWBR0019626
Geldig vanaf 2006-03-16
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Werk en Inkomen gemeente Amsterdam 2006
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. De Wet werk en bijstand,
b. de artikelen 177, 177a, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 189, 225, 226, 227, 227a, 227b, 230, 231, 266, 321, 326, 350a, 350b, 362 t/m 363, 416, 417 bis, 435, onder ten vierde, 447b, 447c, 447d en 447e van het Wetboek van Strafrecht.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.
a. De Wet werk en bijstand,
b. de artikelen 177, 177a, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 189, 225, 226, 227, 227a, 227b, 230, 231, 266, 321, 326, 350a, 350b, 362 t/m 363, 416, 417 bis, 435, onder ten vierde, 447b, 447c, 447d en 447e van het Wetboek van Strafrecht.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.