BWBR0019574
Geldig vanaf 2006-05-01
Artikel 3
Uitvoeringswet internationale kinderbescherming
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1, onder a, van het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen (Trb. 1981, 10), artikel 4 van het op 25 oktober 1980 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Trb. 1987, 139) en <a href="/wet/BWBR0004746/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2 van de Wet van 2 mei 1990 tot uitvoering van die verdragen</a>(Stb. 202), is <a href="/wet/BWBR0004746" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">deze wet</a>van toepassing op kinderen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt.
2. Bereikt een kind ten aanzien waarvan een verzoek op grond van het verdrag, van de verordening of van deze wet in behandeling is, de leeftijd van achttien jaren, dan wordt de behandeling van dat verzoek ambtshalve gestaakt. Hetzelfde geldt voor maatregelen ter uitvoering van een beslissing op een verzoek.
2. Bereikt een kind ten aanzien waarvan een verzoek op grond van het verdrag, van de verordening of van deze wet in behandeling is, de leeftijd van achttien jaren, dan wordt de behandeling van dat verzoek ambtshalve gestaakt. Hetzelfde geldt voor maatregelen ter uitvoering van een beslissing op een verzoek.