BWBR0019574
Geldig vanaf 2006-05-01
Artikel 19
Uitvoeringswet internationale kinderbescherming
1. Ten aanzien van beslissingen in huwelijkszaken is de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen wiens rechtsgebied de verzoeker zijn woonplaats dan wel zijn verblijfplaats heeft, of bij gebreke daarvan in Nederland, de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, bevoegd tot kennisneming van een verzoek tot erkenning of de weigering daarvan, als bedoeld in artikel 30, derde lid, respectievelijk 40, eerste lid, van de verordening. Artikel 18, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. De in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden worden in de procedure niet opgeroepen.
2. In de zaken, bedoeld in het eerste lid, is de procedure van <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/26" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 26 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>niet van toepassing.
3. <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/26e" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 26e van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>is van overeenkomstige toepassing op een beslissing als bedoeld in het eerste lid.
2. In de zaken, bedoeld in het eerste lid, is de procedure van <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/26" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 26 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>niet van toepassing.
3. <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/26e" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 26e van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek</a>is van overeenkomstige toepassing op een beslissing als bedoeld in het eerste lid.