BWBR0019569
Geldig vanaf 2014-12-03
Artikel 3
Examenreglement basisexamen inburgering
1. De deelnemer meldt zich onder medebrenging van het referentienummer, bedoeld in artikel 2, tweede lid, en het identiteitsdocument, bedoeld in artikel 3.98b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, ten minste vijftien minuten voor aanvang van het basisexamen op de door het hoofd aangegeven examenlocatie.
2. Voor de aanvang van het basisexamen draagt de toezichthouder zorg voor:
a. de controle van het referentienummer en van het identiteitsdocument;
b. het maken van een scan of kopie van het identiteitsdocument, en
c. voor het nemen van digitale vingerafdrukken van alle vingers van de deelnemer en een digitale foto van de deelnemer.
3. Voor de aanvang van het basisexamen ontvangt de deelnemer instructies van de toezichthouder. Deze instructies hebben in ieder geval betrekking op:
a. het gebruik van de apparatuur tijdens het basisexamen;
b. de wijze waarop tijdens het basisexamen de lees-, luister- en spreekvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving worden getoetst;
c. de materialen en hulpmiddelen waarvan het gebruik of bezit tijdens het basisexamen niet is toegestaan;
d. de maatregelen die kunnen worden getroffen in geval van onregelmatigheden of ordeverstoring.
4. Tijdens het basisexamen behandelt de deelnemer de onderdelen van het basisexamen volgens de gegeven instructies.
5. De deelnemer die het basisexamen gereed heeft, meldt dit aan de toezichthouder. De toezichthouder controleert of alle onderdelen van het basisexamen zijn voltooid.
6. De toezichthouder houdt van het verloop van het basisexamen een logboek bij.
2. Voor de aanvang van het basisexamen draagt de toezichthouder zorg voor:
a. de controle van het referentienummer en van het identiteitsdocument;
b. het maken van een scan of kopie van het identiteitsdocument, en
c. voor het nemen van digitale vingerafdrukken van alle vingers van de deelnemer en een digitale foto van de deelnemer.
3. Voor de aanvang van het basisexamen ontvangt de deelnemer instructies van de toezichthouder. Deze instructies hebben in ieder geval betrekking op:
a. het gebruik van de apparatuur tijdens het basisexamen;
b. de wijze waarop tijdens het basisexamen de lees-, luister- en spreekvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving worden getoetst;
c. de materialen en hulpmiddelen waarvan het gebruik of bezit tijdens het basisexamen niet is toegestaan;
d. de maatregelen die kunnen worden getroffen in geval van onregelmatigheden of ordeverstoring.
4. Tijdens het basisexamen behandelt de deelnemer de onderdelen van het basisexamen volgens de gegeven instructies.
5. De deelnemer die het basisexamen gereed heeft, meldt dit aan de toezichthouder. De toezichthouder controleert of alle onderdelen van het basisexamen zijn voltooid.
6. De toezichthouder houdt van het verloop van het basisexamen een logboek bij.