Artikel 1
1. In dit reglement wordt verstaan onder:
a. basisexamen: het basisexamen inburgering, bedoeld in artikel 3.98a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
b. deelnemer: de vreemdeling die zich voor het basisexamen heeft aangemeld;
c. hoofd: het hoofd van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging waar het basisexamen wordt afgenomen of het hoofd consulaire zaken van deze vertegenwoordiging;
d. toezichthouder: de door het hoofd aangewezen ambtenaar, medewerker, autoriteit of instelling, onder wiens toezicht het basisexamen wordt afgelegd;
e. DUO: de Dienst Uitvoering Onderwijs.
2. Voor zover uit een wettelijk voorschrift niet anders voortvloeit, worden de bevoegdheden genoemd in deze regeling uitgeoefend namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bij de uitoefening van deze bevoegdheden worden de algemene en bijzondere aanwijzingen van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in acht genomen.
a. basisexamen: het basisexamen inburgering, bedoeld in artikel 3.98a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
b. deelnemer: de vreemdeling die zich voor het basisexamen heeft aangemeld;
c. hoofd: het hoofd van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging waar het basisexamen wordt afgenomen of het hoofd consulaire zaken van deze vertegenwoordiging;
d. toezichthouder: de door het hoofd aangewezen ambtenaar, medewerker, autoriteit of instelling, onder wiens toezicht het basisexamen wordt afgelegd;
e. DUO: de Dienst Uitvoering Onderwijs.
2. Voor zover uit een wettelijk voorschrift niet anders voortvloeit, worden de bevoegdheden genoemd in deze regeling uitgeoefend namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bij de uitoefening van deze bevoegdheden worden de algemene en bijzondere aanwijzingen van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in acht genomen.