BWBR0019511
Geldig vanaf 2006-02-14
Artikel 7
Besluit uniforme saneringen
1. Met de sanering kan worden begonnen nadat vijf werkdagen zijn verstreken vanaf de datum van ontvangst van de melding, bedoeld in artikel 6, indien de volgende omstandigheden zich voordoen:
a. toegepast wordt de saneringsaanpak verplaatsen van verontreinigde grond, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, onder a;
b. het verplaatsen betreft het tijdelijk uitplaatsen van grond, waarbij de grond na ontgraving weer wordt teruggebracht in het profiel van ontgraving;
c. de bodem is tot ontgravingsdiepte verontreinigd, en
d. er is geen isolatielaag op de saneringslocatie aanwezig.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de saneringsaanpak in de omstandigheden, genoemd in het eerste lid.
a. toegepast wordt de saneringsaanpak verplaatsen van verontreinigde grond, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, onder a;
b. het verplaatsen betreft het tijdelijk uitplaatsen van grond, waarbij de grond na ontgraving weer wordt teruggebracht in het profiel van ontgraving;
c. de bodem is tot ontgravingsdiepte verontreinigd, en
d. er is geen isolatielaag op de saneringslocatie aanwezig.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de saneringsaanpak in de omstandigheden, genoemd in het eerste lid.