BWBR0019466
Geldig vanaf 2006-02-01
Artikel 15
Interimwet stad-en-milieubenadering
1. Het bestuursorgaan dat is belast met de uitvoering van en het toezicht op de naleving van de milieukwaliteitsnormen, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, of de andere wettelijke voorschriften, bedoeld in de artikelen 2, onderdeel b, en 3, neemt bij de uitoefening van zijn taak ten aanzien van een projectgebied het besluit, bedoeld in de artikelen 2en 3, in acht.
2. Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor activiteiten met betrekking tot een inrichting als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>neemt een besluit als bedoeld in de artikelen 2en 3in acht bij:
a. het beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, en
b. het toepassen van artikel 2.31, eerste lid, onder b, en tweede lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
2. Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor activiteiten met betrekking tot een inrichting als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>neemt een besluit als bedoeld in de artikelen 2en 3in acht bij:
a. het beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, en
b. het toepassen van artikel 2.31, eerste lid, onder b, en tweede lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.