BWBR0019419
Geldig vanaf 2006-01-15
Artikel 2
Vaststellingsregeling bedragen 2006 Regeling bekostiging financieel toezicht
1. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel a, van de Regeling bekostiging financieel toezicht, wordt vastgesteld op € 180.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel b, onder 1°, van de Regeling bekostiging financieel toezicht, wordt vastgesteld op € 4.600.
3. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel b, onder 2°, van de Regeling bekostiging financieel toezicht, wordt vastgesteld op € 23.100.
4. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel b, onder 3°, van de Regeling bekostiging financieel toezicht, wordt vastgesteld op 0,0077 procent van het totale bedrag dat door de bieder wordt betaald voor het aantal effecten dat door hem wordt verkregen vanaf het intreden van de omstandigheid, bedoeld in artikel 9b, tweede lid, onder a of b, van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, tot aan het moment van gestanddoening, bedoeld in artikel 9t, vierde lid, en artikel 9u van dat koninklijk besluit, met dien verstande dat het bedrag niet hoger is dan € 630.000.
5. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel c, van de Regeling bekostiging financieel toezicht, wordt vastgesteld op € 45, met een maximum van € 1.000 per kalenderjaar voor een uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt.
6. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdelen d en f, van de Regeling bekostiging financieel toezicht, wordt vastgesteld op € 1.100.
7. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel e, van de Regeling bekostiging financieel toezichtwordt vastgesteld op € 270.
8. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel g, van de Regeling bekostiging financieel toezichtwordt vastgesteld op:
a. € 1.000 voor een effecteninstelling als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel i, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995;
b. € 166 voor een effecteninstelling als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel j, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.
2. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel b, onder 1°, van de Regeling bekostiging financieel toezicht, wordt vastgesteld op € 4.600.
3. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel b, onder 2°, van de Regeling bekostiging financieel toezicht, wordt vastgesteld op € 23.100.
4. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel b, onder 3°, van de Regeling bekostiging financieel toezicht, wordt vastgesteld op 0,0077 procent van het totale bedrag dat door de bieder wordt betaald voor het aantal effecten dat door hem wordt verkregen vanaf het intreden van de omstandigheid, bedoeld in artikel 9b, tweede lid, onder a of b, van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995, tot aan het moment van gestanddoening, bedoeld in artikel 9t, vierde lid, en artikel 9u van dat koninklijk besluit, met dien verstande dat het bedrag niet hoger is dan € 630.000.
5. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel c, van de Regeling bekostiging financieel toezicht, wordt vastgesteld op € 45, met een maximum van € 1.000 per kalenderjaar voor een uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt.
6. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdelen d en f, van de Regeling bekostiging financieel toezicht, wordt vastgesteld op € 1.100.
7. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel e, van de Regeling bekostiging financieel toezichtwordt vastgesteld op € 270.
8. Het bedrag, bedoeld in artikel 8, aanhef en onderdeel g, van de Regeling bekostiging financieel toezichtwordt vastgesteld op:
a. € 1.000 voor een effecteninstelling als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel i, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995;
b. € 166 voor een effecteninstelling als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel j, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.