BWBR0019397
Geldig vanaf 2006-01-06
Artikel 6
Regeling functiefinanciering PGO-organisaties
1. De Stichting kan aan een overkoepelende organisatie van patiënten- en gehandicaptenorganisaties een projectsubsidie in de kosten van activiteiten op het gebied van de functies voorlichting en belangenbehartiging verstrekken, indien die activiteiten passen binnen een door de Stichting periodiek vast te stellen programma waarin de aandachtsgebieden, bijzondere eisen en doelstellingen op het gebied van de functies voorlichting en belangenbehartiging door overkoepelende organisaties van patiënten- en gehandicaptenorganisaties zijn opgenomen.
2. Een overkoepelende organisatie komt voor een subsidie als bedoeld in het eerste lid uitsluitend in aanmerking indien deze organisatie voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. de organisatie is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid en heeft geen winstoogmerk;
b. de organisatie is niet gericht op één of meerdere specifieke categorieën patiënten- of gehandicaptenorganisaties en verricht in overwegende mate activiteiten die van ruimere betekenis zijn dan voor alleen de aangesloten patiënten- en gehandicaptenorganisaties;
c. de meerderheid van de bij de organisatie aangesloten (lid)organisaties bestaat uit organisaties als bedoeld in artikel 3 die zich hebben verplicht de jaarlijks door de organisatie vastgestelde minimumbijdrage te betalen;
d. de organisatie heeft een goed plan ingediend en kan worden beschouwd als representatieve vertegenwoordiger van patiënten- en gehandicaptenorganisaties in Nederland;
e. de organisatie is landelijk werkzaam;
f. de organisatie heeft een democratische structuur en werkwijze, hetgeen onder meer tot uiting komt in reële zeggenschap van de bij de organisatie aangesloten (lid)organisaties bij de formulering en uitvoering van het beleid;
g. in de statutaire doelstelling alsmede in de activiteiten van de organisatie komt tot uiting dat de organisatie primair is gericht op versterking van de positie van patiënten en gehandicapten in de Nederlandse samenleving en dat daarbij de ervaringsdeskundigheid en opvattingen van de aangesloten (lid)organisaties leidend zijn;
h. de organisatie houdt een registratie bij van alle aangesloten (lid)organisaties.
3. De Stichting stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor het verstrekken van subsidies als bedoeld in het eerste lid. De Stichting geeft bij de verdeling van het beschikbare bedrag die aanvragen voorrang waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van de Stichting meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het programma. De Stichting kan een bedrag vaststellen dat ten hoogste per organisatie kan worden verstrekt.
2. Een overkoepelende organisatie komt voor een subsidie als bedoeld in het eerste lid uitsluitend in aanmerking indien deze organisatie voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. de organisatie is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid en heeft geen winstoogmerk;
b. de organisatie is niet gericht op één of meerdere specifieke categorieën patiënten- of gehandicaptenorganisaties en verricht in overwegende mate activiteiten die van ruimere betekenis zijn dan voor alleen de aangesloten patiënten- en gehandicaptenorganisaties;
c. de meerderheid van de bij de organisatie aangesloten (lid)organisaties bestaat uit organisaties als bedoeld in artikel 3 die zich hebben verplicht de jaarlijks door de organisatie vastgestelde minimumbijdrage te betalen;
d. de organisatie heeft een goed plan ingediend en kan worden beschouwd als representatieve vertegenwoordiger van patiënten- en gehandicaptenorganisaties in Nederland;
e. de organisatie is landelijk werkzaam;
f. de organisatie heeft een democratische structuur en werkwijze, hetgeen onder meer tot uiting komt in reële zeggenschap van de bij de organisatie aangesloten (lid)organisaties bij de formulering en uitvoering van het beleid;
g. in de statutaire doelstelling alsmede in de activiteiten van de organisatie komt tot uiting dat de organisatie primair is gericht op versterking van de positie van patiënten en gehandicapten in de Nederlandse samenleving en dat daarbij de ervaringsdeskundigheid en opvattingen van de aangesloten (lid)organisaties leidend zijn;
h. de organisatie houdt een registratie bij van alle aangesloten (lid)organisaties.
3. De Stichting stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor het verstrekken van subsidies als bedoeld in het eerste lid. De Stichting geeft bij de verdeling van het beschikbare bedrag die aanvragen voorrang waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van de Stichting meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het programma. De Stichting kan een bedrag vaststellen dat ten hoogste per organisatie kan worden verstrekt.