BWBR0019397
Geldig vanaf 2006-01-06
Artikel 5
Regeling functiefinanciering PGO-organisaties
1. De Stichting kan aan een organisatie van ouderen een projectsubsidie in de kosten van activiteiten op het gebied van de functies lotgenotencontact, voorlichting en belangenbehartiging verstrekken, indien die activiteiten passen binnen een door de Stichting periodiek vast te stellen programma waarin de aandachtsgebieden, bijzondere eisen en doelstellingen op het gebied van de functies lotgenotencontact, voorlichting en belangenbehartiging door organisaties van ouderen zijn opgenomen.
2. Een organisatie van ouderen komt voor een subsidie als bedoeld in het eerste lid uitsluitend in aanmerking indien deze organisatie voldoet aan de voorwaarden, omschreven in artikel 3, tweede lid, onder a, b, e , f en galsmede aan de voorwaarden dat:
a. de meerderheid van de leden of donateurs van de organisatie in Nederland woonachtige personen van 65 jaar en ouder zijn;
b. de organisatie een goed plan heeft ingediend en representatief is voor de door haar vertegenwoordigde doelgroep.
3. De Stichting stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor het verstrekken van subsidies als bedoeld in het eerste lid. De Stichting geeft bij de verdeling van het beschikbare bedrag die aanvragen voorrang waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van de Stichting meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het programma. De Stichting kan een bedrag vaststellen dat ten hoogste per organisatie kan worden verstrekt.
2. Een organisatie van ouderen komt voor een subsidie als bedoeld in het eerste lid uitsluitend in aanmerking indien deze organisatie voldoet aan de voorwaarden, omschreven in artikel 3, tweede lid, onder a, b, e , f en galsmede aan de voorwaarden dat:
a. de meerderheid van de leden of donateurs van de organisatie in Nederland woonachtige personen van 65 jaar en ouder zijn;
b. de organisatie een goed plan heeft ingediend en representatief is voor de door haar vertegenwoordigde doelgroep.
3. De Stichting stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor het verstrekken van subsidies als bedoeld in het eerste lid. De Stichting geeft bij de verdeling van het beschikbare bedrag die aanvragen voorrang waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van de Stichting meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het programma. De Stichting kan een bedrag vaststellen dat ten hoogste per organisatie kan worden verstrekt.