BWBR0019388
Geldig vanaf 2005-12-30
Artikel 7
Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek
1. Onze Minister trekt de aanwijzing, bedoeld in artikel 5, in indien hem is gebleken dat:
a. niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 6, eerste lid, of
b. de woningzoekenden, aan wie als gevolg van de aanwijzing, bedoeld in artikel 5, eerste of derde lid, geen huisvestingsvergunning kan worden verleend voor het in gebruik nemen van woonruimte in de aangewezen complexen, straten of gebieden, onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen de regio waarin de gemeente is gelegen voor hen passende huisvesting te vinden.
2. Onze Minister trekt de aanwijzing, bedoeld in artikel 5, voorts in indien de gemeenteraad daarom verzoekt.
a. niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 6, eerste lid, of
b. de woningzoekenden, aan wie als gevolg van de aanwijzing, bedoeld in artikel 5, eerste of derde lid, geen huisvestingsvergunning kan worden verleend voor het in gebruik nemen van woonruimte in de aangewezen complexen, straten of gebieden, onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen de regio waarin de gemeente is gelegen voor hen passende huisvesting te vinden.
2. Onze Minister trekt de aanwijzing, bedoeld in artikel 5, voorts in indien de gemeenteraad daarom verzoekt.