Artikel 1
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. huisvestingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8 van de Huisvestingswet 2014;
b. regio: gebied dat uit een oogpunt van het functioneren van de woonruimtemarkt als een samenhangend geheel kan worden beschouwd;
c. huisvestingsverordening: verordening als bedoeld in artikel 4 van de Huisvestingswet 2014;
d. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
2. Op de huisvestingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de huisvestingsverordening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zijn de artikelen 5, 6, eerste en tweede lid, 8, 9, eerste lid, 18, 19, 20en 32 tot en met 35 van de Huisvestingswet 2014 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in die artikelen voor « artikel 7» wordt gelezen: artikel 8, 9of 10van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek.
a. huisvestingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8 van de Huisvestingswet 2014;
b. regio: gebied dat uit een oogpunt van het functioneren van de woonruimtemarkt als een samenhangend geheel kan worden beschouwd;
c. huisvestingsverordening: verordening als bedoeld in artikel 4 van de Huisvestingswet 2014;
d. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
2. Op de huisvestingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de huisvestingsverordening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zijn de artikelen 5, 6, eerste en tweede lid, 8, 9, eerste lid, 18, 19, 20en 32 tot en met 35 van de Huisvestingswet 2014 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in die artikelen voor « artikel 7» wordt gelezen: artikel 8, 9of 10van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek.