BWBR0019326
Geldig vanaf 2006-06-19
Artikel 5b
Regeling toezichtkosten Wet financiële dienstverlening
1. De toezichthouder stelt jaarlijks een jaarrekening op, waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd van het financieel beheer en van de geleverde prestaties over het verstreken boekjaar. De jaarrekening wordt ingericht zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Toezichthouderaangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het tweede lid, tevens een verslag van zijn bevindingen omtrent de rechtmatigheid van de inning en besteding van de middelen door de toezichthouder uit hoofde van wet op de Financiële dienstverlening
4. De toezichthouder zendt de jaarrekening voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan de minister.
5. De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
6. De toezichthouder doet onverwijld mededeling in de Staatscourant van de jaarrekening waarmee is ingestemd.
2. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Toezichthouderaangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het tweede lid, tevens een verslag van zijn bevindingen omtrent de rechtmatigheid van de inning en besteding van de middelen door de toezichthouder uit hoofde van wet op de Financiële dienstverlening
4. De toezichthouder zendt de jaarrekening voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan de minister.
5. De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
6. De toezichthouder doet onverwijld mededeling in de Staatscourant van de jaarrekening waarmee is ingestemd.