BWBR0019326
Geldig vanaf 2006-06-19
Artikel 10
Regeling toezichtkosten Wet financiële dienstverlening
1. Als maatstaf voor het in rekening te brengen bedrag, bedoeld in artikel 6geldt, onderscheiden naar categorie of subcategorie voor:
a. vergunninghouders van rechtswege: 1°. kredietinstellingen en financiële instellingen: naar risicograad gewogen posten die bij of krachtens artikel 20 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
2°. verzekeraars: bruto premie-inkomen in Nederland;
1°. kredietinstellingen en financiële instellingen: naar risicograad gewogen posten die bij of krachtens artikel 20 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
2°. verzekeraars: bruto premie-inkomen in Nederland;
b. reguliere vergunninghouders en financiële dienstverleners die op grond van artikel 102, vijfde lid, van de wet of artikel 20, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wfd zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 23 van de wet: 1°. aanbieders van krediet: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake krediet;
2°. aanbieders van betaal- en spaarfaciliteiten: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake betalen of sparen;
3°. aanbieders van elektronisch geld: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake elektronisch geld;
4°. aanbieders van verzekeringen: bruto premie-inkomen in Nederland;
5°. aanbieders van beleggingsobjecten: ingelegde gelden;
6°. aanbieders als bedoeld in artikel 9, onderdeel b, onder 8°: ingelegde gelden;
7°. adviseurs en bemiddelaars, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars en ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten: het aantal werknemers en andere personen, die zich onder verantwoordelijkheid van de financiële dienstverlener direct of indirect bezighouden met financiële dienstverlening, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd;
1°. aanbieders van krediet: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake krediet;
2°. aanbieders van betaal- en spaarfaciliteiten: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake betalen of sparen;
3°. aanbieders van elektronisch geld: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake elektronisch geld;
4°. aanbieders van verzekeringen: bruto premie-inkomen in Nederland;
5°. aanbieders van beleggingsobjecten: ingelegde gelden;
6°. aanbieders als bedoeld in artikel 9, onderdeel b, onder 8°: ingelegde gelden;
7°. adviseurs en bemiddelaars, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars en ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten: het aantal werknemers en andere personen, die zich onder verantwoordelijkheid van de financiële dienstverlener direct of indirect bezighouden met financiële dienstverlening, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd;
2. Onder de in het eerste lid bedoelde maatstaven worden mede begrepen de gegevens van aangesloten instellingen als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet.
a. vergunninghouders van rechtswege: 1°. kredietinstellingen en financiële instellingen: naar risicograad gewogen posten die bij of krachtens artikel 20 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
2°. verzekeraars: bruto premie-inkomen in Nederland;
1°. kredietinstellingen en financiële instellingen: naar risicograad gewogen posten die bij of krachtens artikel 20 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden;
2°. verzekeraars: bruto premie-inkomen in Nederland;
b. reguliere vergunninghouders en financiële dienstverleners die op grond van artikel 102, vijfde lid, van de wet of artikel 20, vierde lid, van de Vrijstellingsregeling Wfd zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 23 van de wet: 1°. aanbieders van krediet: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake krediet;
2°. aanbieders van betaal- en spaarfaciliteiten: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake betalen of sparen;
3°. aanbieders van elektronisch geld: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake elektronisch geld;
4°. aanbieders van verzekeringen: bruto premie-inkomen in Nederland;
5°. aanbieders van beleggingsobjecten: ingelegde gelden;
6°. aanbieders als bedoeld in artikel 9, onderdeel b, onder 8°: ingelegde gelden;
7°. adviseurs en bemiddelaars, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars en ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten: het aantal werknemers en andere personen, die zich onder verantwoordelijkheid van de financiële dienstverlener direct of indirect bezighouden met financiële dienstverlening, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd;
1°. aanbieders van krediet: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake krediet;
2°. aanbieders van betaal- en spaarfaciliteiten: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake betalen of sparen;
3°. aanbieders van elektronisch geld: het aantal particuliere cliënten dat met de aanbieder rechtstreeks of middellijk als wederpartij een overeenkomst is aangegaan inzake elektronisch geld;
4°. aanbieders van verzekeringen: bruto premie-inkomen in Nederland;
5°. aanbieders van beleggingsobjecten: ingelegde gelden;
6°. aanbieders als bedoeld in artikel 9, onderdeel b, onder 8°: ingelegde gelden;
7°. adviseurs en bemiddelaars, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars en ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten: het aantal werknemers en andere personen, die zich onder verantwoordelijkheid van de financiële dienstverlener direct of indirect bezighouden met financiële dienstverlening, waarbij het aantal deeltijdmedewerkers wordt omgerekend naar voltijd;
2. Onder de in het eerste lid bedoelde maatstaven worden mede begrepen de gegevens van aangesloten instellingen als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet.