BWBR0019316
Geldig vanaf 2019-07-01
Artikel 9
Asbestverwijderingsbesluit 2005
1. Degene die in een binnenruimte een handeling doet verrichten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, draagt er zorg voor dat direct na het verrichten van die handeling een eindbeoordeling wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.51a, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 4.53c van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
2. Degene die in de buitenlucht een handeling doet verrichten waarop artikel 6, eerste lid, van toepassing is, draagt er zorg voor dat direct na het verrichten van die handeling een visuele inspectie wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens 4.51a, derde, vierde en zesde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
3. Het bedrijf dat de eindbeoordeling dan wel de visuele inspectie als bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, heeft uitgevoerd, voert het eindresultaat binnen twee weken nadat de eindbeoordeling is verricht, in het LAVS in.
4. Het is verboden andere werkzaamheden in een binnenruimte te verrichten of te doen verrichten met betrekking tot een object ten aanzien waarvan een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, is verricht, zolang niet een eindbeoordeling als bedoeld in het eerste lid is uitgevoerd of indien uit de eindbeoordeling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat het te verwijderen asbest op de plaats van de handeling nog visueel waarneembaar is of de concentratie asbestvezels in de lucht, bedoeld in de artikelen 4.51a, tweede lid, en 4.53c van het Arbeidsomstandighedenbesluitwordt overschreden.
5. Het is verboden andere werkzaamheden in de buitenlucht te verrichten of te doen verrichten met betrekking tot een object ten aanzien waarvan een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a of b, is verricht of op de plaats waar een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, is verricht, zolang niet een visuele inspectie als bedoeld in het tweede lid is uitgevoerd of indien uit de visuele inspectie, bedoeld in het tweede lid, volgt dat het te verwijderen asbest op de plaats van de handeling nog visueel waarneembaar is.
2. Degene die in de buitenlucht een handeling doet verrichten waarop artikel 6, eerste lid, van toepassing is, draagt er zorg voor dat direct na het verrichten van die handeling een visuele inspectie wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens 4.51a, derde, vierde en zesde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
3. Het bedrijf dat de eindbeoordeling dan wel de visuele inspectie als bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, heeft uitgevoerd, voert het eindresultaat binnen twee weken nadat de eindbeoordeling is verricht, in het LAVS in.
4. Het is verboden andere werkzaamheden in een binnenruimte te verrichten of te doen verrichten met betrekking tot een object ten aanzien waarvan een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, is verricht, zolang niet een eindbeoordeling als bedoeld in het eerste lid is uitgevoerd of indien uit de eindbeoordeling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat het te verwijderen asbest op de plaats van de handeling nog visueel waarneembaar is of de concentratie asbestvezels in de lucht, bedoeld in de artikelen 4.51a, tweede lid, en 4.53c van het Arbeidsomstandighedenbesluitwordt overschreden.
5. Het is verboden andere werkzaamheden in de buitenlucht te verrichten of te doen verrichten met betrekking tot een object ten aanzien waarvan een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a of b, is verricht of op de plaats waar een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, is verricht, zolang niet een visuele inspectie als bedoeld in het tweede lid is uitgevoerd of indien uit de visuele inspectie, bedoeld in het tweede lid, volgt dat het te verwijderen asbest op de plaats van de handeling nog visueel waarneembaar is.