BWBR0019316
Geldig vanaf 2019-07-01
Artikel 4
Asbestverwijderingsbesluit 2005
1. Artikel 3is niet van toepassing op:
a. werkzaamheden die worden uitgevoerd in of aan objecten, niet zijnde zeeschepen als bedoeld in artikel 8:2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, die op of na 1 januari 1994 zijn gebouwd dan wel vervaardigd;
b. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van rem- en frictiematerialen;
c. het als een geheel verwijderen van verwarmingstoestellen;
d. wegen als bedoeld in het Besluit asbestwegen milieubeheer.
2. Artikel 3is voorts niet van toepassing op het in de uitoefening van een beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk:
a. verwijderen van pakkingen uit verbrandingsmotoren;
b. verwijderen van pakkingen uit procesinstallaties of onderdelen van procesinstallaties, inclusief aan- en afvoerende leidingen;
c. verwijderen van pakkingen uit verwarmingstoestellen met een nominaal vermogen dat lager is dan 2.250 kilowatt;
d. verwijderen van gas- en elektrotechnische componenten die aanwezig zijn in: 1°. het gastransportnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet, door of vanwege de netbeheerder, aangewezen krachtens artikel 2, achtste lid, of 5 van de Gaswet; of
2°. het net, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, door of vanwege de netbeheerder, aangewezen op grond van artikel 10, negende lid, 13, eerste lid, of 14 van de Elektriciteitswet 1998.
1°. het gastransportnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet, door of vanwege de netbeheerder, aangewezen krachtens artikel 2, achtste lid, of 5 van de Gaswet; of
2°. het net, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, door of vanwege de netbeheerder, aangewezen op grond van artikel 10, negende lid, 13, eerste lid, of 14 van de Elektriciteitswet 1998.
3. Artikel 3is voorts niet van toepassing op het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, of asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking uit een vaartuig, voor zover het vaartuig niet in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt of bedoeld is voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen, vloertegels of vloerbedekking in totaal maximaal vijfendertig vierkante meter bedraagt.
a. werkzaamheden die worden uitgevoerd in of aan objecten, niet zijnde zeeschepen als bedoeld in artikel 8:2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, die op of na 1 januari 1994 zijn gebouwd dan wel vervaardigd;
b. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van rem- en frictiematerialen;
c. het als een geheel verwijderen van verwarmingstoestellen;
d. wegen als bedoeld in het Besluit asbestwegen milieubeheer.
2. Artikel 3is voorts niet van toepassing op het in de uitoefening van een beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk:
a. verwijderen van pakkingen uit verbrandingsmotoren;
b. verwijderen van pakkingen uit procesinstallaties of onderdelen van procesinstallaties, inclusief aan- en afvoerende leidingen;
c. verwijderen van pakkingen uit verwarmingstoestellen met een nominaal vermogen dat lager is dan 2.250 kilowatt;
d. verwijderen van gas- en elektrotechnische componenten die aanwezig zijn in: 1°. het gastransportnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet, door of vanwege de netbeheerder, aangewezen krachtens artikel 2, achtste lid, of 5 van de Gaswet; of
2°. het net, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, door of vanwege de netbeheerder, aangewezen op grond van artikel 10, negende lid, 13, eerste lid, of 14 van de Elektriciteitswet 1998.
1°. het gastransportnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet, door of vanwege de netbeheerder, aangewezen krachtens artikel 2, achtste lid, of 5 van de Gaswet; of
2°. het net, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, door of vanwege de netbeheerder, aangewezen op grond van artikel 10, negende lid, 13, eerste lid, of 14 van de Elektriciteitswet 1998.
3. Artikel 3is voorts niet van toepassing op het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, of asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking uit een vaartuig, voor zover het vaartuig niet in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt of bedoeld is voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen, vloertegels of vloerbedekking in totaal maximaal vijfendertig vierkante meter bedraagt.