BWBR0019285
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 38
Besluit financiële bepalingen bodemsanering
1. Financiële zekerheid als bedoeld in artikel 55b, derde lid van de wet, wordt door de opvolgende eigenaar of erfpachter ten behoeve van gedeputeerde staten gesteld door middel van:
a. een bankgarantie, of
b. een hypotheek- of een pandrecht of,
c. het treffen van een andere voorziening, waarbij de financiële zekerheid naar het oordeel van gedeputeerde staten gelijkwaardig is aan de financiële zekerheid, genoemd in de onderdelen a en b.
2. De financiële zekerheid wordt in stand gehouden totdat gedeputeerde staten hebben ingestemd met het saneringsplan, bedoeld in artikel 39 van de wet.
3. Bij het niet nakomen van de verplichting waarvoor financiële zekerheid is gesteld nemen gedeputeerde staten verhaal op de gestelde zekerheid.
4. Gedeputeerde staten kunnen het te verhalen bedrag, bedoeld in het derde lid, invorderen bij dwangbevel.
a. een bankgarantie, of
b. een hypotheek- of een pandrecht of,
c. het treffen van een andere voorziening, waarbij de financiële zekerheid naar het oordeel van gedeputeerde staten gelijkwaardig is aan de financiële zekerheid, genoemd in de onderdelen a en b.
2. De financiële zekerheid wordt in stand gehouden totdat gedeputeerde staten hebben ingestemd met het saneringsplan, bedoeld in artikel 39 van de wet.
3. Bij het niet nakomen van de verplichting waarvoor financiële zekerheid is gesteld nemen gedeputeerde staten verhaal op de gestelde zekerheid.
4. Gedeputeerde staten kunnen het te verhalen bedrag, bedoeld in het derde lid, invorderen bij dwangbevel.