BWBR0019285
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 16
Besluit financiële bepalingen bodemsanering
1. Aan de verleningsbeschikking wordt de verplichting verbonden dat de sanering van een geval van ernstige verontreiniging van het bedrijfsterrein voor 1 januari 2030 moet zijn afgerond.
2. Aan de verleningsbeschikking kan op verzoek van de subsidieontvanger, en nadat de gegevens, bedoeld in artikel 13a, zijn overgelegd, worden opgenomen:
a. dat de sanering van een geval van ernstige verontreiniging van het bedrijfsterrein op in de aanvraag aangegeven en afgebakende delen wordt uitgevoerd, met het oog op een gedeeltelijke vaststelling van de uitgevoerde delen van de sanering;
b. dat een aangegeven deel van de uitvoering van de sanering is overgedragen aan een coördinerend rechtspersoon als bedoeld in artikel 30, of,
c. dat een aangegeven deel van de uitvoering van de sanering is overgedragen aan een bestuursorgaan dat een gebiedsplan uitvoert als bedoeld in artikel 55d, eerste lid, van de wet.
3. Indien in een verleningsbeschikking toepassing is gegeven aan het tweede lid, onderdeel b of c, kan het bedrag dat wordt verleend, voor het deel van de uitvoering van de sanering dat wordt overdragen, bij deze verleningsbeschikking gelijktijdig worden vastgesteld.
2. Aan de verleningsbeschikking kan op verzoek van de subsidieontvanger, en nadat de gegevens, bedoeld in artikel 13a, zijn overgelegd, worden opgenomen:
a. dat de sanering van een geval van ernstige verontreiniging van het bedrijfsterrein op in de aanvraag aangegeven en afgebakende delen wordt uitgevoerd, met het oog op een gedeeltelijke vaststelling van de uitgevoerde delen van de sanering;
b. dat een aangegeven deel van de uitvoering van de sanering is overgedragen aan een coördinerend rechtspersoon als bedoeld in artikel 30, of,
c. dat een aangegeven deel van de uitvoering van de sanering is overgedragen aan een bestuursorgaan dat een gebiedsplan uitvoert als bedoeld in artikel 55d, eerste lid, van de wet.
3. Indien in een verleningsbeschikking toepassing is gegeven aan het tweede lid, onderdeel b of c, kan het bedrag dat wordt verleend, voor het deel van de uitvoering van de sanering dat wordt overdragen, bij deze verleningsbeschikking gelijktijdig worden vastgesteld.