BWBR0019237
Geldig vanaf 2024-12-19
Artikel 9octies
Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
1. Op verzoek van de belanghebbende blijft <a href="/wet/BWBR0018472/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, derde en vierde lid, van de wet</a>, <a href="/wet/BWBR0018451/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag</a>of <a href="/wet/BWBR0022751/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, vierde lid, van de Wet op het kindgebonden budget</a>buiten toepassing indien wel aanspraak op huurtoeslag, zorgtoeslag, onderscheidenlijk kindgebonden budget, zou bestaan indien ten aanzien van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner de rendementsgrondslag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/5.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>, zou worden verminderd met de waarde van een bezitting als bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 die is verkregen als gevolg van een schadevergoeding die na vaststelling van de schade door de Stichting Vergoeding schade slachtoffers schietincident Alphen aan den Rijn is toegekend aan de overlevenden en nabestaanden van het schietincident in Alphen aan den Rijn op 9 april 2011.
2. Het verzoek kan uitsluitend betrekking hebben op de aanspraak op huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget over de eerste tien berekeningsjaren volgend op het kalenderjaar waarin de bezitting werd verkregen.
3. Het verzoek wordt geacht mede te zijn gedaan voor de op het berekeningsjaar waarop het verzoek betrekking heeft volgende berekeningsjaren waarop het verzoek ingevolge het tweede lid betrekking kan hebben.
2. Het verzoek kan uitsluitend betrekking hebben op de aanspraak op huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget over de eerste tien berekeningsjaren volgend op het kalenderjaar waarin de bezitting werd verkregen.
3. Het verzoek wordt geacht mede te zijn gedaan voor de op het berekeningsjaar waarop het verzoek betrekking heeft volgende berekeningsjaren waarop het verzoek ingevolge het tweede lid betrekking kan hebben.