BWBR0022751
Geldig vanaf 2013-03-28
Artikel 1
Wet op het kindgebonden budget
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. kindgebonden budget: een financiële bijdrage van het Rijk in de kosten voor kinderen;
c. ouder: de verzekerde in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet;
d. drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand.
2. De hoogte van het kindgebonden budget is afhankelijk van de draagkracht op basis van het inkomen en het vermogen.
3. <a href="/wet/BWBR0018472/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen</a>is niet van toepassing.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0018472/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen</a>, bestaat geen aanspraak op kindgebonden budget indien de rendementsgrondslag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/5.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>, van de ouder aan het begin van het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 141.896 of, indien de ouder het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ouder en zijn partner aan het begin van het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 179.429. Bij de bepaling van de rendementsgrondslag, bedoeld in de vorige zin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/5.13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>.
5. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0018472/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen</a>, bestaat er wel aanspraak op kindgebonden budget voor een kind dat geen vreemdeling is of dat rechtmatig verblijf houdt in de zin van <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000</a>.
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. kindgebonden budget: een financiële bijdrage van het Rijk in de kosten voor kinderen;
c. ouder: de verzekerde in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet;
d. drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand.
2. De hoogte van het kindgebonden budget is afhankelijk van de draagkracht op basis van het inkomen en het vermogen.
3. <a href="/wet/BWBR0018472/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen</a>is niet van toepassing.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0018472/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen</a>, bestaat geen aanspraak op kindgebonden budget indien de rendementsgrondslag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/5.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>, van de ouder aan het begin van het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 141.896 of, indien de ouder het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ouder en zijn partner aan het begin van het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 179.429. Bij de bepaling van de rendementsgrondslag, bedoeld in de vorige zin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/5.13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>.
5. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0018472/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen</a>, bestaat er wel aanspraak op kindgebonden budget voor een kind dat geen vreemdeling is of dat rechtmatig verblijf houdt in de zin van <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000</a>.