BWBR0019233
Geldig vanaf 2005-12-22
Artikel 6
Mandaatbesluit LNV Dienst Regelingen
1. De algemeen directeur, de directeur Financiën, de directeur Uitvoering en de unitmanagers van de Dienst Regelingen zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a. het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 112, eerste lid, van de Flora- en faunawet, artikel 49 van de Meststoffenwet, artikel 106 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 54b van de Visserijwet 1963, artikel 18.2, eerste lid, onderdeel a, onder 3̊, van de Wet milieubeheer, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de artikelen 5:25, 5:31, 5:31a, 5:32, 5:37, 4:94, 4:96, 4:99, 4:112 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht en de aanwijzing van ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren;
b. vervallen;
c. vervallen;
d. het dwangbevel, bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de Landbouwwet voor zover betrekking hebbend op het besluit, bedoeld in artikel 14 van de Regeling tarieven I&R en de daarmee samenhangende aanmaning als bedoeld in artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht;
e. de aanwijzing van beëdigde deskundigen, bedoeld in artikel 88, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
f. het verzoek aan de kantonrechter, bedoeld in artikel 88, derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
g. het opleggen van een bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 51 van de Meststoffenwet, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de artikelen 5:50, 4:94, 4:96, 4:99, 4:112 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht;
h. het besluit tot verrekening van de bestuurlijke boete met te verstrekken subsidies bij of krachtens de Kaderwet LNV-subsidies, als bedoeld in artikel 69 van de Meststoffenwet.
2. Voor zover noodzakelijk ter uitvoering van het overgangsrecht, bedoeld in de artikelen IIIen IV van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht, gelden de mandaten zoals die op grond van dit artikel golden voor de inwerkingtreding van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht.
a. het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 112, eerste lid, van de Flora- en faunawet, artikel 49 van de Meststoffenwet, artikel 106 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 54b van de Visserijwet 1963, artikel 18.2, eerste lid, onderdeel a, onder 3̊, van de Wet milieubeheer, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de artikelen 5:25, 5:31, 5:31a, 5:32, 5:37, 4:94, 4:96, 4:99, 4:112 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht en de aanwijzing van ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren;
b. vervallen;
c. vervallen;
d. het dwangbevel, bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de Landbouwwet voor zover betrekking hebbend op het besluit, bedoeld in artikel 14 van de Regeling tarieven I&R en de daarmee samenhangende aanmaning als bedoeld in artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht;
e. de aanwijzing van beëdigde deskundigen, bedoeld in artikel 88, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
f. het verzoek aan de kantonrechter, bedoeld in artikel 88, derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
g. het opleggen van een bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 51 van de Meststoffenwet, alsmede de hiermee samenhangende besluiten, bedoeld in de artikelen 5:50, 4:94, 4:96, 4:99, 4:112 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht;
h. het besluit tot verrekening van de bestuurlijke boete met te verstrekken subsidies bij of krachtens de Kaderwet LNV-subsidies, als bedoeld in artikel 69 van de Meststoffenwet.
2. Voor zover noodzakelijk ter uitvoering van het overgangsrecht, bedoeld in de artikelen IIIen IV van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht, gelden de mandaten zoals die op grond van dit artikel golden voor de inwerkingtreding van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht.