BWBR0019233
Geldig vanaf 2005-12-22
Artikel 17
Mandaatbesluit LNV Dienst Regelingen
De teammanagers uitvoering en de regelingsmanagers van de Dienst Regelingen, zijn gemachtigd om namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:
a. het verlenen van de vergunning, alsmede het daaraan verbinden, wijzigen, aanvullen of intrekken van nadere voorschriften en het intrekken van de vergunning en het registreren van de kennisgeving van overgang, bedoeld in artikel 13, eerste en tweede lid, van de Meststoffenwet;
b. het verlenen van de vergunning, bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel c van de Meststoffenwet alsmede het verbinden, wijzigen, aanvullen of intrekken van daaraan verbonden voorschriften;
c. het vaststellen van de aantallen op enig moment gehouden kippen, varkens en kalkoenen, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Meststoffenwet;
d. het registreren van de kennisgeving van overgang, bedoeld in de artikelen 27, tweede lid, en 31, tweede lid, van de Meststoffenwet;
e. het ongedaan maken van de registratie, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Meststoffenwet;
f. de registratie, bedoeld in de artikelen 31, eerste lid, 38, eerste lid en 43, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
g. het verzoek om gegevens uit de administratie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, te verstrekken, de wijze waarop en de termijn waarbinnen de gegevens uit de administratie worden verstrekt, bedoeld in de artikelen 35, 40, tweede lid, 45, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
h. het verzoek om bewijsstukken te verstrekken, bedoeld in de artikelen 37, 42, 47 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
i. het opleggen van de verplichting tot het voorafgaand melden van het vervoer van dierlijke meststoffen en de bepaling van de termijn waarbinnen deze verplichting geldt, bedoeld in artikel 51, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
j. het verzenden van de kennisgeving, bedoeld in artikel 59, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
k. de erkenning, bedoeld in artikel 70, vierde lid, onderdeel c van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
l. het aanwijzen van producenten van mineralenconcentraat alsmede het daaraan verbinden van nadere voorschriften en het wijzigen, aanvullen of intrekken van die voorschriften, bedoeld in artikel 35b, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
m. het verlenen van instemming, bedoeld in artikel 35d, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
n. het schorsen of intrekken van de aanwijzing als deelnemer, bedoeld in artikel 35d, achtste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
o. de mededeling, bedoeld in artikel 105, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
p. de mededeling, bedoeld in artikel 107, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
q. het doorhalen van de registratie, bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
r. het besluit, bedoeld in artikel 108, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
s. het verlenen van de ontheffing, bedoeld in artikel 112, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, alsmede het verbinden van nadere voorschriften aan en intrekken van de ontheffing;
t. het vragen van nadere gegevens, bedoeld in artikel 115, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
u. de beslissing, bedoeld in artikel 116, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
v. verzoeken om verlenging van de termijn, als bedoeld in artikel 120, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
w. het registreren van de persoonlijke gebruikerscode, bedoeld in artikel 122, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
x. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2, onderscheidenlijk 8, derde lid, van de Kaderregeling ontheffingen experiment ‘Het Zuivere Ei’;
y. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2, onderscheidenlijk 14, tweede lid, van de Kaderregeling ontheffingen experiment ‘Golden Harvest’;
z. de beantwoording van brieven waarin de Staat der Nederlanden aansprakelijk wordt gesteld voor schade die verband houdt met de invoering van de Wet herstructurering varkenshouderij, het stelsel van mestafzetovereenkomsten, het stelsel van gebruiksnormen of de vereenvoudiging van productierechten indien het antwoord zich beperkt tot een gestandaardiseerde afwijzing van de aansprakelijkheid;
aa. het verlenen van ontheffingen als bedoeld in artikel 38, tweede lid, van de Meststoffenwet, de artikelen 48, 49 en 68, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en de artikelen 53 tot en met 56, 76, eerste lid en 77 tot en met 81, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, in het kader van de Voortgezette Pilot Spoor 2, als bedoeld in de brief van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie inzake de Evaluatie Meststoffenwet (Kamerstukken II 2006–2007, 28 385, nr. 83).
bb. het rapport, bedoeld in artikel 5:48 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover verband houdend met de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 51 van de Meststoffenwet;
cc. het in ontvangst nemen en behandelen van verzoeken tot aanwijzing van stoffen als meststof als bedoeld in artikel 5 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
dd. het in ontvangst nemen van meldingen als bedoeld in artikel 2a van het Besluit Gebruik Meststoffen en het verzenden van een ontvangstbevestiging.
a. het verlenen van de vergunning, alsmede het daaraan verbinden, wijzigen, aanvullen of intrekken van nadere voorschriften en het intrekken van de vergunning en het registreren van de kennisgeving van overgang, bedoeld in artikel 13, eerste en tweede lid, van de Meststoffenwet;
b. het verlenen van de vergunning, bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel c van de Meststoffenwet alsmede het verbinden, wijzigen, aanvullen of intrekken van daaraan verbonden voorschriften;
c. het vaststellen van de aantallen op enig moment gehouden kippen, varkens en kalkoenen, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Meststoffenwet;
d. het registreren van de kennisgeving van overgang, bedoeld in de artikelen 27, tweede lid, en 31, tweede lid, van de Meststoffenwet;
e. het ongedaan maken van de registratie, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Meststoffenwet;
f. de registratie, bedoeld in de artikelen 31, eerste lid, 38, eerste lid en 43, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
g. het verzoek om gegevens uit de administratie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, te verstrekken, de wijze waarop en de termijn waarbinnen de gegevens uit de administratie worden verstrekt, bedoeld in de artikelen 35, 40, tweede lid, 45, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
h. het verzoek om bewijsstukken te verstrekken, bedoeld in de artikelen 37, 42, 47 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
i. het opleggen van de verplichting tot het voorafgaand melden van het vervoer van dierlijke meststoffen en de bepaling van de termijn waarbinnen deze verplichting geldt, bedoeld in artikel 51, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
j. het verzenden van de kennisgeving, bedoeld in artikel 59, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
k. de erkenning, bedoeld in artikel 70, vierde lid, onderdeel c van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
l. het aanwijzen van producenten van mineralenconcentraat alsmede het daaraan verbinden van nadere voorschriften en het wijzigen, aanvullen of intrekken van die voorschriften, bedoeld in artikel 35b, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
m. het verlenen van instemming, bedoeld in artikel 35d, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
n. het schorsen of intrekken van de aanwijzing als deelnemer, bedoeld in artikel 35d, achtste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
o. de mededeling, bedoeld in artikel 105, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
p. de mededeling, bedoeld in artikel 107, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
q. het doorhalen van de registratie, bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
r. het besluit, bedoeld in artikel 108, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
s. het verlenen van de ontheffing, bedoeld in artikel 112, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, alsmede het verbinden van nadere voorschriften aan en intrekken van de ontheffing;
t. het vragen van nadere gegevens, bedoeld in artikel 115, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
u. de beslissing, bedoeld in artikel 116, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
v. verzoeken om verlenging van de termijn, als bedoeld in artikel 120, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
w. het registreren van de persoonlijke gebruikerscode, bedoeld in artikel 122, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet;
x. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2, onderscheidenlijk 8, derde lid, van de Kaderregeling ontheffingen experiment ‘Het Zuivere Ei’;
y. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2, onderscheidenlijk 14, tweede lid, van de Kaderregeling ontheffingen experiment ‘Golden Harvest’;
z. de beantwoording van brieven waarin de Staat der Nederlanden aansprakelijk wordt gesteld voor schade die verband houdt met de invoering van de Wet herstructurering varkenshouderij, het stelsel van mestafzetovereenkomsten, het stelsel van gebruiksnormen of de vereenvoudiging van productierechten indien het antwoord zich beperkt tot een gestandaardiseerde afwijzing van de aansprakelijkheid;
aa. het verlenen van ontheffingen als bedoeld in artikel 38, tweede lid, van de Meststoffenwet, de artikelen 48, 49 en 68, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en de artikelen 53 tot en met 56, 76, eerste lid en 77 tot en met 81, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, in het kader van de Voortgezette Pilot Spoor 2, als bedoeld in de brief van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie inzake de Evaluatie Meststoffenwet (Kamerstukken II 2006–2007, 28 385, nr. 83).
bb. het rapport, bedoeld in artikel 5:48 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover verband houdend met de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 51 van de Meststoffenwet;
cc. het in ontvangst nemen en behandelen van verzoeken tot aanwijzing van stoffen als meststof als bedoeld in artikel 5 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
dd. het in ontvangst nemen van meldingen als bedoeld in artikel 2a van het Besluit Gebruik Meststoffen en het verzenden van een ontvangstbevestiging.