BWBR0019209
Geldig vanaf 2006-02-01
Artikel 14
Besluit werkzaamheden Raad voor plantenrassen
1. Een toelating ingevolge artikel 8, 9, 10, tweede lid, of 11geldt ten hoogste tot en met het tiende kalenderjaar na de toelating.
2. De Raad verlengt de toelating van een ras, ingevolge de artikelen 8, 9of 11op aanvraag van een instandhouder van dat ras of ambtshalve telkens voor een daarbij vast te stellen termijn, mits naar het oordeel van de Raad voldaan wordt aan de vereisten voor toelating en de bij of krachtens dit besluit gestelde regels inzake de instandhouding.
3. De Raad trekt een toelating ingevolge de artikelen 8, 9, 10of 11in, ingeval naar zijn oordeel niet meer aan de aan de toelating gestelde eisen wordt voldaan.
2. De Raad verlengt de toelating van een ras, ingevolge de artikelen 8, 9of 11op aanvraag van een instandhouder van dat ras of ambtshalve telkens voor een daarbij vast te stellen termijn, mits naar het oordeel van de Raad voldaan wordt aan de vereisten voor toelating en de bij of krachtens dit besluit gestelde regels inzake de instandhouding.
3. De Raad trekt een toelating ingevolge de artikelen 8, 9, 10of 11in, ingeval naar zijn oordeel niet meer aan de aan de toelating gestelde eisen wordt voldaan.