BWBR0019209
Geldig vanaf 2006-02-01
Artikel 12
Besluit werkzaamheden Raad voor plantenrassen
1. Een ras dat of een opstand die een genetisch gemodificeerd organisme is als bedoeld in richtlijn 2001/18/EG, wordt uitsluitend toegelaten op grond van de artikelen 8, 8a, 9, 10of 11indien overeenkomstig de eerdergenoemde richtlijn toestemming is verleend om dat materiaal in de handel te brengen.
2. In afwijking van het eerste lid worden rassen waarvan afgeleid materiaal bestemd is om te worden gebruikt als levensmiddel of in levensmiddelen in de zin van artikel 3, of als diervoeder of in diervoeders in de zin van artikel 15 van verordening (EG) 1829/2003, uitsluitend toegelaten op grond van de artikelen 8, 8a, 9of 11, indien de levensmiddelen of diervoeders uit hoofde van die verordening zijn toegelaten.
3. Bij de toelating van materiaal van een ras of een opstand als bedoeld in het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling nadere eisen worden gesteld aan de toelating, bedoeld in de artikelen 8, 9, 10of 11.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder een toelating als bedoeld in het eerste lid wordt gewijzigd of ingetrokken.
2. In afwijking van het eerste lid worden rassen waarvan afgeleid materiaal bestemd is om te worden gebruikt als levensmiddel of in levensmiddelen in de zin van artikel 3, of als diervoeder of in diervoeders in de zin van artikel 15 van verordening (EG) 1829/2003, uitsluitend toegelaten op grond van de artikelen 8, 8a, 9of 11, indien de levensmiddelen of diervoeders uit hoofde van die verordening zijn toegelaten.
3. Bij de toelating van materiaal van een ras of een opstand als bedoeld in het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling nadere eisen worden gesteld aan de toelating, bedoeld in de artikelen 8, 9, 10of 11.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder een toelating als bedoeld in het eerste lid wordt gewijzigd of ingetrokken.