BWBR0019208
Geldig vanaf 15-07-2006
Artikel 4
Verordening Bosschap Bestrijding Dennenscheerder 2006
1. Het bestuur van het Bosschap is, indien een overmatige populatie van de dennenscheerder daartoe aanleiding geeft, danwel indien een ernstige toename van de populatie van de dennenscheerder gezien de gezondheidstoestand van de pinusbossen moet worden gevreesd, bevoegd tot het opleggen van de verplichting tot:
a. het leggen van vangstammen afkomstig van bomen van het geslacht Pinus en/of
b. het verwijderen van sterk kwijnende bomen behorende tot het geslacht Pinus.
2. Het bestuur van het Bosschap is bevoegd, geheel of gedeeltelijk, ontheffing te verlenen van de verplichtingen bedoeld in lid 1.
3. Het bestuur van het Bosschap is bevoegd, de ontheffing geheel of gedeeltelijk in te trekken, indien een doelmatige bestrijding van de dennenscheerder zulks naar zijn oordeel noodzakelijk maakt; één en ander in overeenstemming met de Algemene Wet Bestuursrecht.
a. het leggen van vangstammen afkomstig van bomen van het geslacht Pinus en/of
b. het verwijderen van sterk kwijnende bomen behorende tot het geslacht Pinus.
2. Het bestuur van het Bosschap is bevoegd, geheel of gedeeltelijk, ontheffing te verlenen van de verplichtingen bedoeld in lid 1.
3. Het bestuur van het Bosschap is bevoegd, de ontheffing geheel of gedeeltelijk in te trekken, indien een doelmatige bestrijding van de dennenscheerder zulks naar zijn oordeel noodzakelijk maakt; één en ander in overeenstemming met de Algemene Wet Bestuursrecht.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019208
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl