BWBR0019208
Geldig vanaf 15-07-2006
Artikel 2
Verordening Bosschap Bestrijding Dennenscheerder 2006
1. Het bepaalde in artikel 1 geldt niet ten aanzien van:
a. geheel ontschorst hout en hout dat in water ligt;
b. hout, als bedoeld in artikel 1, onder a en houtopstand als bedoeld in artikel 1, onder b, waarvan de grootste doorsnede niet meer dan 7 cm bedraagt;
c. hout, als bedoeld in artikel 1, onder a en houtopstand, als bedoeld in artikel 1, onder b, met een grootste doorsnede van meer dan 7 cm, mits gespreid aanwezig in pinusbos en mits de hoeveelheid welke op enige uitgestrektheid van 100 m bij 100 m aaneengesloten pinusbos van dezelfde onderneming is, niet groter is dan 15 bomen of boomdelen; met dien verstande dat voor een uitgestrektheid met andere afmetingen een evenredig aantal geldt;
d. hout geveld in enig jaar in de periode van 15 juli tot 15 november daarop volgend, mits zich in dit hout in het daaropvolgende tijdvak van 15 mei tot 15 augustus geen moedergangen van de dennenscheerder met broedsel van dit insect bevinden.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder c, is het toegestaan de bomen of boomdelen die ten hoogste op enige uitgestrektheid van 100 m bij 100 m aanwezig zijn, gestapeld aanwezig te hebben, indien de gestapelde bomen of boomdelen kennelijk dienen als vangstammen.
a. geheel ontschorst hout en hout dat in water ligt;
b. hout, als bedoeld in artikel 1, onder a en houtopstand als bedoeld in artikel 1, onder b, waarvan de grootste doorsnede niet meer dan 7 cm bedraagt;
c. hout, als bedoeld in artikel 1, onder a en houtopstand, als bedoeld in artikel 1, onder b, met een grootste doorsnede van meer dan 7 cm, mits gespreid aanwezig in pinusbos en mits de hoeveelheid welke op enige uitgestrektheid van 100 m bij 100 m aaneengesloten pinusbos van dezelfde onderneming is, niet groter is dan 15 bomen of boomdelen; met dien verstande dat voor een uitgestrektheid met andere afmetingen een evenredig aantal geldt;
d. hout geveld in enig jaar in de periode van 15 juli tot 15 november daarop volgend, mits zich in dit hout in het daaropvolgende tijdvak van 15 mei tot 15 augustus geen moedergangen van de dennenscheerder met broedsel van dit insect bevinden.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder c, is het toegestaan de bomen of boomdelen die ten hoogste op enige uitgestrektheid van 100 m bij 100 m aanwezig zijn, gestapeld aanwezig te hebben, indien de gestapelde bomen of boomdelen kennelijk dienen als vangstammen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019208
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl