BWBR0019200
Geldig vanaf 2005-12-22
Artikel 6
Regeling gegevensuitwisseling NMa-EZ
1. De raad stelt de minister terstond in kennis van een verwijzingsverzoek als bedoeld in artikel 4, vierde en vijfde lid, van verordening 139/2004.
2. De raad stelt de minister in kennis van het voornemen van een kennisgeving aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van verordening 139/2004. De kennisgeving aan de minister geschiedt uiterlijk vijf werkdagen voordat de termijn afloopt waarbinnen de kennisgeving aan de Commissie moet worden gedaan.
3. De raad stelt de minister in kennis van het voornemen van een verzoek of een voornemen tot aansluiting bij een verzoek aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, tweede alinea, van verordening 139/2004. De kennisgeving aan de minister geschiedt uiterlijk vijf werkdagen voordat de termijn afloopt waarbinnen het verzoek of de mededeling inzake aansluiting bij een verzoek aan de Commissie moet worden gedaan.
4. Indien de minister de raad een instructie wil geven ten aanzien van een verwijzingsverzoek als bedoeld in het eerste lid, of een voornemen als bedoeld in het tweede of derde lid, geeft hij deze instructie binnen drie werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de raad. Indien een beoordeling van het verzoek of het voornemen niet binnen die termijn mogelijk is, stelt de minister de raad daarvan op de hoogte.
2. De raad stelt de minister in kennis van het voornemen van een kennisgeving aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van verordening 139/2004. De kennisgeving aan de minister geschiedt uiterlijk vijf werkdagen voordat de termijn afloopt waarbinnen de kennisgeving aan de Commissie moet worden gedaan.
3. De raad stelt de minister in kennis van het voornemen van een verzoek of een voornemen tot aansluiting bij een verzoek aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, tweede alinea, van verordening 139/2004. De kennisgeving aan de minister geschiedt uiterlijk vijf werkdagen voordat de termijn afloopt waarbinnen het verzoek of de mededeling inzake aansluiting bij een verzoek aan de Commissie moet worden gedaan.
4. Indien de minister de raad een instructie wil geven ten aanzien van een verwijzingsverzoek als bedoeld in het eerste lid, of een voornemen als bedoeld in het tweede of derde lid, geeft hij deze instructie binnen drie werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de raad. Indien een beoordeling van het verzoek of het voornemen niet binnen die termijn mogelijk is, stelt de minister de raad daarvan op de hoogte.