1. De raad zendt de minister jaarlijks voor 1 mei een overzicht van alle door de raad in het vorige kalenderjaar behandelde klachten als bedoeld in
artikel 9:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede van alle in dat jaar bij de Nationale Ombudsman ingediende klachten. Het overzicht gaat vergezeld van een toelichting.
2. Aan de minister gerichte klachten over de wijze waarop de raad of een persoon werkzaam onder gezag van de raad zich in een bepaalde aangelegenheid jegens een derde heeft gedragen, worden terstond aan de raad gemeld en ter behandeling overgedragen. De raad zendt de minister een afschrift van de beantwoording van het doorgezonden klaagschrift.