BWBR0019198
Geldig vanaf 01-01-2006
Artikel 4
Regeling voorschotverlening op uitkeringen AWBZ
1. De betaling van het voorschot, bedoeld in artikel 3, tweede lid, geschiedt in twaalf maandelijkse gelijke termijnen en vangt aan in de maand februari van het jaar t met als betaaldag de eerste werkdag van de maand.
2. In afwijking van het eerste lid, kan het College voor zorgverzekeringen een voorschot dat minder dan 3.000 euro bedraagt, in één termijn betalen, met als betaaldag de eerste werkdag van de maand juli van het jaar t.
3. Voor een zorgverzekeraar, die zich na 1 januari van het jaar t bij het College van toezicht op de zorgverzekeringen meldt op grond van artikel 33 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, kan van het eerste en tweede lid worden afgeweken.
2. In afwijking van het eerste lid, kan het College voor zorgverzekeringen een voorschot dat minder dan 3.000 euro bedraagt, in één termijn betalen, met als betaaldag de eerste werkdag van de maand juli van het jaar t.
3. Voor een zorgverzekeraar, die zich na 1 januari van het jaar t bij het College van toezicht op de zorgverzekeringen meldt op grond van artikel 33 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, kan van het eerste en tweede lid worden afgeweken.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019198
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl