1. Op de eerste werkdag in augustus van het jaar t+1 vindt een voorlopige vaststelling plaats van de uitkering voor de kosten van verstrekkingen en vergoedingen en voor beheerskosten ingevolge de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor de kosten van verstrekkingen en vergoedingen ingevolge de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten uitgegaan van de som van:
a. het saldo van de kosten van verstrekkingen en vergoedingen die de zorgverzekeraar aan het College voor zorgverzekeringen voor het jaar t opgeeft;
b. de opbrengsten van verhaal in het kader van de bijzondere ziektekostenverzekering;
c. de opbrengsten van eigen bijdragen in het kader van de bijzondere ziektekostenverzekering;
d. de overschotten die de zorgverzekeraar ingevolge artikel 5 in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten heeft afgestort;
e. de rente over de overschotten als bedoeld onder d, die de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn opgave aan het College voor zorgverzekeringen op grond van artikel 56 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
3. Op de som genoemd in het tweede lid worden de voorschotten die het college ingevolge artikel 3, derde lid aan de zorgverzekeraar heeft verstrekt in mindering gebracht.
4. Voor de toepassing van het eerste lid met betrekking tot de beheerskosten ingevolge de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten stelt het College voor zorgverzekeringen de uitkering van de budgetten beheerskosten op voorlopige basis vast in afwachting van een beoordeling van de verzekerdenstanden en andere van belang zijnde gegevens door het College van toezicht op de zorgverzekeringen. De verschillen tussen deze budgetten en de verleende voorschotten worden verrekend. Indien toepassing van de vorige leden in totaal een positief saldo voor de zorgverzekeraar oplevert, wordt dat saldo op de eerste werkdag in augustus van het jaar t + 1 ineens aan de zorgverzekeraar betaald behoudens een eventuele verrekening met een vordering van het College voor zorgverzekeringen op de zorgverzekeraar. Indien de verschillen met de voorschotten in totaal een negatief saldo voor de zorgverzekeraar opleveren, wordt dat saldo op de eerste werkdag in augustus van het jaar t + 1 ineens door de desbetreffende zorgverzekeraar aan het College voor zorgverzekeringen betaald, respectievelijk terugbetaald, behoudens voor zover het college het bedrag heeft verrekend met enig voorschot of enige uitkering aan de zorgverzekeraar.