BWBR0019178
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 48
Organisatiebesluit EZ
1. Het Staatstoezicht op de Mijnen staat onder leiding van de inspecteur-generaal der mijnen.
2. Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft tot taak:
a. het toezien op de naleving van het bij de krachtens de Mijnbouwwet bepaalde ten aanzien van de veiligheid, de gezondheid, het milieu, de bodembewegingen, de doelmatige winning van delfstoffen bij verkenningsonderzoeken in het kader van een planmatig beheer, het opsporen en winnen van delfstoffen en aardwarmte en het opslaan van stoffen;
b. het doen van aanbevelingen aan de minister die de inspecteur-generaal wenselijk acht met het oog op een doelmatige en voortdurende uitvoering in de toekomst van de in onderdeel a genoemde mijnbouwkundige activiteiten;
c. het geven van onafhankelijk advies over voorgenomen beleid ten aanzien van de handhaafbaarheid, de uitvoerbaarheid en de fraudegevoeligheid;
d. het informeren van de bewindspersonen en van het bij de mijnbouwregelgeving betrokken beleidsonderdeel over de waargenomen effecten van bestaand beleid en over relevante ontwikkelingen in het buitenland, waaronder de Europese Unie, die invloed kunnen hebben op dit beleid;
e. het bijdragen aan beleidsevaluaties op basis van bevindingen opgedaan bij het toezicht.
3. Het Staatstoezicht op de Mijnen bestaat uit:
a. de afdeling Engineering;
b. de afdeling Geo-engineering;
c. de afdeling Operaties;
d. de afdeling Kenniscentrum;
e. de afdeling Bedrijfsbureau.
2. Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft tot taak:
a. het toezien op de naleving van het bij de krachtens de Mijnbouwwet bepaalde ten aanzien van de veiligheid, de gezondheid, het milieu, de bodembewegingen, de doelmatige winning van delfstoffen bij verkenningsonderzoeken in het kader van een planmatig beheer, het opsporen en winnen van delfstoffen en aardwarmte en het opslaan van stoffen;
b. het doen van aanbevelingen aan de minister die de inspecteur-generaal wenselijk acht met het oog op een doelmatige en voortdurende uitvoering in de toekomst van de in onderdeel a genoemde mijnbouwkundige activiteiten;
c. het geven van onafhankelijk advies over voorgenomen beleid ten aanzien van de handhaafbaarheid, de uitvoerbaarheid en de fraudegevoeligheid;
d. het informeren van de bewindspersonen en van het bij de mijnbouwregelgeving betrokken beleidsonderdeel over de waargenomen effecten van bestaand beleid en over relevante ontwikkelingen in het buitenland, waaronder de Europese Unie, die invloed kunnen hebben op dit beleid;
e. het bijdragen aan beleidsevaluaties op basis van bevindingen opgedaan bij het toezicht.
3. Het Staatstoezicht op de Mijnen bestaat uit:
a. de afdeling Engineering;
b. de afdeling Geo-engineering;
c. de afdeling Operaties;
d. de afdeling Kenniscentrum;
e. de afdeling Bedrijfsbureau.