1. De algemene leiding staat onder leiding van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal.
2. De secretaris-generaal en plaatsvervangend secretaris-generaal hebben tot taak de aangelegenheden, genoemd in de
artikelen 5en
6 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2004.
3. Onder de secretaris-generaal ressorteert het bureau secretaris-generaal.
4. Het bureau secretaris-generaal staat onder leiding van een hoofd.
5. Het bureau secretaris-generaal heeft tot taak:
a. het bedienen van bewindslieden en ambtelijke top opdat zij hun politieke, inhoudelijke en bedrijfsmatige eindverantwoordelijkheid voor het functioneren van het ministerie ten volle waar kunnen maken;
b. het coördineren van contacten met het parlement en de voorbereiding voor de ministerraad;
c. het bijdragen aan de strategieontwikkeling van het ministerie;
d. het stimuleren en het coördineren van samenwerking tussen de dienstonderdelen waaronder de samenwerking tussen beleid en uitvoering;
e. het ondersteunen van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal bij zowel intern als extern optreden;
f. het coördineren van interdepartementaal overleg;
g. het coördineren van uitzendingen van EZ-ambtenaren naar het buitenland.