BWBR0019165
Geldig vanaf 2005-12-29
Artikel 6
Inkomensbesluit Wet WIA
1. Het inkomen uit arbeid uit het bedrijfs- en beroepsleven is het tot een bedrag per kalendermaand herleide inkomen.
2. Bij de toepassing van het eerste lid wordt voorzover sprake is van loon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, het loon door de werknemer geacht te zijn genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever of de inhoudingsplichtige van dat loon opgave heeft gedaan.
3. Bij de toepassing van het eerste lid kan op basis van een geschat inkomen een gemiddeld genoten inkomen per kalendermaand worden bepaald, waarna per periode van ten hoogste twaalf kalendermaanden een herberekening plaatsvindt.
4. Het UWV kan bij de bepaling van het inkomen artikel 3, eerste lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringenovereenkomstig toepassen, waarbij in plaats van een refertejaar, kalendermaand wordt gelezen.
5. Indien een loondervingsuitkering wordt geweigerd in verband met enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten, of het recht op een loondervingsuitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 3°gedeeltelijk ontbreekt dan wel de betaling daarvan is opgeschort door toepassing van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboekonderscheidenlijk artikel 76b, eerste tot en met derde lid, of 76c van de Ziektewet, wordt voor de toepassing van dit besluit de uitkering in aanmerking genomen als ware deze niet geweigerd.
6. Indien een loondervingsuitkering niet tot uitbetaling komt omdat deze niet is aangevraagd, wordt voor de toepassing van dit besluit de uitkering in aanmerking genomen als ware deze genoten.
7. Het UWV kan dit artikel buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing, gelet op het belang dat dit besluit beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
2. Bij de toepassing van het eerste lid wordt voorzover sprake is van loon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, het loon door de werknemer geacht te zijn genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever of de inhoudingsplichtige van dat loon opgave heeft gedaan.
3. Bij de toepassing van het eerste lid kan op basis van een geschat inkomen een gemiddeld genoten inkomen per kalendermaand worden bepaald, waarna per periode van ten hoogste twaalf kalendermaanden een herberekening plaatsvindt.
4. Het UWV kan bij de bepaling van het inkomen artikel 3, eerste lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringenovereenkomstig toepassen, waarbij in plaats van een refertejaar, kalendermaand wordt gelezen.
5. Indien een loondervingsuitkering wordt geweigerd in verband met enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten, of het recht op een loondervingsuitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 3°gedeeltelijk ontbreekt dan wel de betaling daarvan is opgeschort door toepassing van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboekonderscheidenlijk artikel 76b, eerste tot en met derde lid, of 76c van de Ziektewet, wordt voor de toepassing van dit besluit de uitkering in aanmerking genomen als ware deze niet geweigerd.
6. Indien een loondervingsuitkering niet tot uitbetaling komt omdat deze niet is aangevraagd, wordt voor de toepassing van dit besluit de uitkering in aanmerking genomen als ware deze genoten.
7. Het UWV kan dit artikel buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing, gelet op het belang dat dit besluit beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.