BWBR0019165
Geldig vanaf 2005-12-29
Artikel 4
Inkomensbesluit Wet WIA
1. Voor de toepassing van de artikelen 52, vierde lid, en 61, achtste lid, van de Wet WIAwordt in aanvulling op of in afwijking van artikel 2, eerste lid:
a. als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven wordt beschouwd het loon of de inkomsten die werden genoten in de kalendermaand voorafgaand aan een recht op loondervingsuitkering of aan het verlof;
b. niet als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven beschouwd het loon of de inkomsten die door de verzekerde worden genoten indien hij tegelijkertijd uit hoofde van dezelfde arbeidsrelatie loon of inkomsten als bedoeld in onderdeel a ontvangt.
2. Bij het bepalen van de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt, indien sprake is van een verkorte wachttijd als bedoeld in artikel 23, zesde lid, van de Wet WIA, geen rekening gehouden met het loon dat door de werkgever wordt betaald.
a. als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven wordt beschouwd het loon of de inkomsten die werden genoten in de kalendermaand voorafgaand aan een recht op loondervingsuitkering of aan het verlof;
b. niet als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven beschouwd het loon of de inkomsten die door de verzekerde worden genoten indien hij tegelijkertijd uit hoofde van dezelfde arbeidsrelatie loon of inkomsten als bedoeld in onderdeel a ontvangt.
2. Bij het bepalen van de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt, indien sprake is van een verkorte wachttijd als bedoeld in artikel 23, zesde lid, van de Wet WIA, geen rekening gehouden met het loon dat door de werkgever wordt betaald.