BWBR0019085
Geldig vanaf 2006-01-05
Artikel 4
Regeling aanvullende subsidie praktijkgerichte leeromgeving 2006
1. De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt, wanneer het project betrekking heeft op:
a. drie of meer afdelingen van de sector techniek: € 858 per meetellende leerling;
b. twee afdelingen van de sector techniek of op de sector Zorg en Welzijn of op de sector landbouw, waarin begrepen het vbo-groen in een AOC: € 644 per meetellende leerling;
c. de sector economie of op het praktijkonderwijs: € 429 per meetellende leerling.
2. De minister kan de bedragen, genoemd in het eerste lid, onder a, b en c, naar rato aanpassen wanneer het subsidieplafond voor de standaardbijdrage, genoemd in artikel 3, wordt overschreden.
3. In geval van aanwending voor een andere sector dan aangevraagd, wordt de subsidie van die andere sector van kracht, met dien verstande dat er geen hogere subsidie kan gaan gelden. Bij samenvoeging per 1 augustus 2006 van twee vbo-vestigingen, mag de subsidie voor één vestiging worden aangewend.
a. drie of meer afdelingen van de sector techniek: € 858 per meetellende leerling;
b. twee afdelingen van de sector techniek of op de sector Zorg en Welzijn of op de sector landbouw, waarin begrepen het vbo-groen in een AOC: € 644 per meetellende leerling;
c. de sector economie of op het praktijkonderwijs: € 429 per meetellende leerling.
2. De minister kan de bedragen, genoemd in het eerste lid, onder a, b en c, naar rato aanpassen wanneer het subsidieplafond voor de standaardbijdrage, genoemd in artikel 3, wordt overschreden.
3. In geval van aanwending voor een andere sector dan aangevraagd, wordt de subsidie van die andere sector van kracht, met dien verstande dat er geen hogere subsidie kan gaan gelden. Bij samenvoeging per 1 augustus 2006 van twee vbo-vestigingen, mag de subsidie voor één vestiging worden aangewend.