BWBR0019085
Geldig vanaf 2006-01-05
Artikel 3
Regeling aanvullende subsidie praktijkgerichte leeromgeving 2006
1. Het subsidieplafond voor aanvragen ingediend door het bevoegd gezag, niet zijnde het bevoegd gezag van een AOC, is:
a. voor de standaardbijdrage: € 160,17 miljoen,
b. voor de extra bijdrage: € 29 miljoen voor de eerste periode, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a,
c. voor de extra bijdrage: € 20 miljoen voor de tweede periode, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b,
d. bij bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 10 in het kader van de standaardbijdrage of de extra bijdrage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a: € 9 miljoen,
e. bij bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 10 in het kader van de extra bijdrage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b: € 1 miljoen.
2. Het subsidieplafond voor aanvragen van het bevoegd gezag van een AOC voor de standaardbijdrage is € 16,33 miljoen.
a. voor de standaardbijdrage: € 160,17 miljoen,
b. voor de extra bijdrage: € 29 miljoen voor de eerste periode, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a,
c. voor de extra bijdrage: € 20 miljoen voor de tweede periode, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b,
d. bij bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 10 in het kader van de standaardbijdrage of de extra bijdrage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a: € 9 miljoen,
e. bij bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 10 in het kader van de extra bijdrage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b: € 1 miljoen.
2. Het subsidieplafond voor aanvragen van het bevoegd gezag van een AOC voor de standaardbijdrage is € 16,33 miljoen.