BWBR0018968
Geldig vanaf 2005-12-01
Artikel 7
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2005
De directeur van een openbaar vervoersbedrijf brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij het betreffende bedrijf aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het desbetreffende openbaar vervoersbedrijf;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd;
d. het aantal klachten dat tegen buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend;
e. voor zover het openbaar vervoersbedrijf hiertoe de bevoegdheid is verleend, het aantal malen dat gebruik is gemaakt van geweld en de aard van dit geweld.
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het desbetreffende openbaar vervoersbedrijf;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd;
d. het aantal klachten dat tegen buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend;
e. voor zover het openbaar vervoersbedrijf hiertoe de bevoegdheid is verleend, het aantal malen dat gebruik is gemaakt van geweld en de aard van dit geweld.