BWBR0018895
Geldig vanaf 2019-12-18
Artikel 2
Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen
1. De in artikel 36e, eerste lid, onderdeel a, van de wetbedoelde uitreiking in persoon geschiedt mede ingeval aan een verdachte een dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting of nadere terechtzitting te verschijnen wordt betekend en aan deze persoon blijkens raadpleging van de strafrechtsketendatabank anders dan in verband met de strafzaak waarop de mededeling betrekking heeft, in Nederland rechtens zijn vrijheid is ontnomen dan wel aan deze persoon ingevolge een machtiging als bedoeld in artikel 28 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenin Nederland rechtens zijn vrijheid is ontnomen. Dit vereiste geldt niet indien de strafzaak wordt vervolgd voor de kantonrechter.
2. Uitreiking in persoon geschiedt voorts ingeval aan een persoon ingevolge artikel 511b van de weteen vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrechtwordt betekend en aan deze persoon blijkens raadpleging van de strafrechtsketendatabank in Nederland rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
2. Uitreiking in persoon geschiedt voorts ingeval aan een persoon ingevolge artikel 511b van de weteen vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrechtwordt betekend en aan deze persoon blijkens raadpleging van de strafrechtsketendatabank in Nederland rechtens zijn vrijheid is ontnomen.