1. Voor de uitreiking aan het openbaar ministerie, bedoeld in de
artikelen 36e, tweede lid, onderdeel b, en
36l, van de wet, kan in bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen worden volstaan met toezending van de mededeling of een afschrift van de mededeling aan het desbetreffende arrondissementsparket.
2. Degene die met de uitreiking is belast tekent op de akte van uitreiking, bedoeld in
artikel 36h van de wet, aan dat is gehandeld overeenkomstig het eerste lid, alsmede het arrondissementsparket waaraan en de dag waarop de mededeling of het afschrift is verzonden.