BWBR0018823
Geldig vanaf 2024-06-14
Artikel 4
Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen
1. Een hygiënecode wordt op initiatief van de opstellers ervan:
a. besproken in het Regulier Overleg Warenwet; en
b. vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan Onze Minister.
2. Onze Minister keurt een hygiënecode goed indien die hygiënecode:
a. is opgesteld in overeenstemming met artikel 8, eerste lid, onder b, van verordening EG) 852/2004;
b. bruikbaar is voor de sector waarop die code betrekking heeft;
c. waar mogelijk en zinvol ter verificatie van de procesbeheersing is voorzien van microbiologische richtwaarden, gerelateerd aan de kritische controlepunten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) 852/2004; en
d. als leidraad kan dienen voor de naleving van artikel 3, artikel 4, of artikel 5, van verordening (EG) 852/2004 in de betrokken sector of voor de betrokken levensmiddelen.
3. In afwijking van het tweede lid keurt Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een hygiënecode goed die:
a. betrekking heeft op de primaire productie en de in bijlage I van verordening (EG) 852/2004 bedoelde, daarmee verband houdende bewerkingen;
b. is opgesteld in overeenstemming met artikel 8, eerste lid, onder c, van verordening (EG) 852/2004;
c. bruikbaar is voor de sector waarop die code betrekking heeft; en
d. als leidraad kan dienen voor de naleving van artikel 3, artikel 4, en artikel 5, van verordening (EG) 852/2004 in de betrokken sector of voor de betrokken levensmiddelen.
4. Een in het tweede lid bedoelde goedkeuring kan, voor zover die goedkeuring betrekking heeft op één of meer van de permanente procedures, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening (EG) 852/2004, worden ingetrokken indien de desbetreffende procedure niet is herzien en waar nodig aangepast overeenkomstig artikel 5, tweede lid, laatste alinea, van verordening (EG) 852/2004.
5. Onze Minister of Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, neemt een in het tweede en vierde lid onderscheidenlijk het derde en vierde lid bedoeld besluit, gehoord het advies van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
6. Het vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een hygiënecode die vóór de inwerkingtreding van dit besluit is opgesteld en goedgekeurd op de voet van <a href="/wet/BWBR0007080/artikel/31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 31, eerste, tweede en derde lid, van de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen</a>.
a. besproken in het Regulier Overleg Warenwet; en
b. vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan Onze Minister.
2. Onze Minister keurt een hygiënecode goed indien die hygiënecode:
a. is opgesteld in overeenstemming met artikel 8, eerste lid, onder b, van verordening EG) 852/2004;
b. bruikbaar is voor de sector waarop die code betrekking heeft;
c. waar mogelijk en zinvol ter verificatie van de procesbeheersing is voorzien van microbiologische richtwaarden, gerelateerd aan de kritische controlepunten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) 852/2004; en
d. als leidraad kan dienen voor de naleving van artikel 3, artikel 4, of artikel 5, van verordening (EG) 852/2004 in de betrokken sector of voor de betrokken levensmiddelen.
3. In afwijking van het tweede lid keurt Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een hygiënecode goed die:
a. betrekking heeft op de primaire productie en de in bijlage I van verordening (EG) 852/2004 bedoelde, daarmee verband houdende bewerkingen;
b. is opgesteld in overeenstemming met artikel 8, eerste lid, onder c, van verordening (EG) 852/2004;
c. bruikbaar is voor de sector waarop die code betrekking heeft; en
d. als leidraad kan dienen voor de naleving van artikel 3, artikel 4, en artikel 5, van verordening (EG) 852/2004 in de betrokken sector of voor de betrokken levensmiddelen.
4. Een in het tweede lid bedoelde goedkeuring kan, voor zover die goedkeuring betrekking heeft op één of meer van de permanente procedures, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening (EG) 852/2004, worden ingetrokken indien de desbetreffende procedure niet is herzien en waar nodig aangepast overeenkomstig artikel 5, tweede lid, laatste alinea, van verordening (EG) 852/2004.
5. Onze Minister of Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, neemt een in het tweede en vierde lid onderscheidenlijk het derde en vierde lid bedoeld besluit, gehoord het advies van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
6. Het vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een hygiënecode die vóór de inwerkingtreding van dit besluit is opgesteld en goedgekeurd op de voet van <a href="/wet/BWBR0007080/artikel/31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 31, eerste, tweede en derde lid, van de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen</a>.