BWBR0018751
Geldig vanaf 2005-10-01
Artikel 9
Besluit marktmisbruik
1. Een melding als bedoeld in artikel 47c, eerste lid, van de wetbevat de volgende gegevens:
a. een beschrijving van de transactie of de opdracht, het type order en het type handelsplatform;
b. de redenen voor het redelijk vermoeden dat de transactie of de opdracht in strijd is met artikel 46, eerste of derde lid, of artikel 46b, eerste lid, van de wet;
c. gegevens waaruit de identiteit blijkt van de personen namens wie de transactie is uitgevoerd of die daartoe opdracht hebben gegeven, alsmede van de andere personen die bij deze transactie of opdracht betrokken zijn, alsmede gegevens waaruit, indien mogelijk, blijkt of de persoon die opdracht heeft gegeven tot de transactie dit voor eigen rekening of voor rekening van een derde heeft gedaan;
d. de hoedanigheid waarin de effecteninstelling optreedt;
e. overige gegevens die redelijkerwijs van betekenis kunnen zijn voor het onderzoek door de toezichthouder.
2. Indien de gegevens, bedoeld in het eerste lid, niet beschikbaar zijn ten tijde van de melding, doet de effecteninstelling in ieder geval opgave van de redenen, bedoeld in het eerste lid, onder b. De effecteninstelling verstrekt onverwijld alle overige gegevens zodra hij daarover beschikt.
3. De melding geschiedt per post, elektronische post, fax of telefoon, met dien verstande dat de melding in het laatste geval schriftelijk wordt bevestigd indien de toezichthouder daarom verzoekt.
a. een beschrijving van de transactie of de opdracht, het type order en het type handelsplatform;
b. de redenen voor het redelijk vermoeden dat de transactie of de opdracht in strijd is met artikel 46, eerste of derde lid, of artikel 46b, eerste lid, van de wet;
c. gegevens waaruit de identiteit blijkt van de personen namens wie de transactie is uitgevoerd of die daartoe opdracht hebben gegeven, alsmede van de andere personen die bij deze transactie of opdracht betrokken zijn, alsmede gegevens waaruit, indien mogelijk, blijkt of de persoon die opdracht heeft gegeven tot de transactie dit voor eigen rekening of voor rekening van een derde heeft gedaan;
d. de hoedanigheid waarin de effecteninstelling optreedt;
e. overige gegevens die redelijkerwijs van betekenis kunnen zijn voor het onderzoek door de toezichthouder.
2. Indien de gegevens, bedoeld in het eerste lid, niet beschikbaar zijn ten tijde van de melding, doet de effecteninstelling in ieder geval opgave van de redenen, bedoeld in het eerste lid, onder b. De effecteninstelling verstrekt onverwijld alle overige gegevens zodra hij daarover beschikt.
3. De melding geschiedt per post, elektronische post, fax of telefoon, met dien verstande dat de melding in het laatste geval schriftelijk wordt bevestigd indien de toezichthouder daarom verzoekt.