BWBR0018751
Geldig vanaf 2005-10-01
Artikel 4
Besluit marktmisbruik
1. De toezichthouder onderzoekt regelmatig of bepaalde categorieën transacties of handelsorders uitgezonderd zouden moeten zijn van de verboden, bedoeld in artikel 46b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de wet. Hij brengt daarover advies uit aan Onze Minister. Bij zijn onderzoek neemt hij in ieder geval de volgende factoren in acht:
a. de mate van transparantie van de categorie transacties of handelsorders voor de hele desbetreffende relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen;
b. de noodzaak om de werking van de marktkrachten en de goede wisselwerking tussen vraag en aanbod op de betrokken relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen te waarborgen;
c. het effect van het verrichten of bewerkstelligen van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders op de marktliquiditeit en de marktefficiëntie van de betrokken relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen;
d. de mate waarin het verrichten of bewerkstelligen van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders aansluit bij het handelsmechanisme van de betrokken relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen en beleggers in staat stelt passend en tijdig te reageren op de nieuwe marktsituatie die door deze categorie transacties of handelsorders ontstaat;
e. het risico dat voortvloeit uit het verrichten of bewerkstelligen van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders voor de integriteit van direct of indirect gelieerde relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen voor het betrokken soort effect binnen de Europese Unie;
f. het resultaat van enigerlei onderzoek naar de desbetreffende categorie transacties of handelsorders door een bevoegde autoriteit in de zin van richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 april 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (PbEU L 96);
g. de structurele kenmerken van de betrokken relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen.
2. De toezichthouder draagt er zorg voor dat:
a. hij alvorens tot vaststelling van zijn advies over te gaan, vertegenwoordigende organisaties van belanghebbenden raadpleegt, alsmede andere bevoegde autoriteiten in de zin van richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 april 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (PbEU L 96);
b. hij zijn advies openbaar maakt, waarbij tevens een beschrijving van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders wordt gegeven en van de factoren die in aanmerking zijn genomen bij het beoordelen of de verboden, bedoeld in artikel 46b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de wet, niet van toepassing zouden moeten zijn op deze transacties of handelsorders;
c. hij zo spoedig mogelijk van zijn advies kennis geeft aan het Comité van Europese effectenregelgevers, ingesteld bij Besluit nr. 2001/527/EG van de Europese Commissie van 6 juni 2001 (PbEG L191).
3. Indien bepaalde categorieën transacties of handelsorders bij algemene maatregel van bestuur van de verboden, bedoeld in artikel 46b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de wet, zijn uitgezonderd, onderzoekt de toezichthouder regelmatig of de uitzondering nog gerechtvaardigd is. Daarbij neemt hij de factoren, bedoeld in het eerste lid, en de procedures, bedoeld in het tweede lid, in acht. Indien hij van oordeel is dat zijn advies gewijzigd of aangepast zou moeten worden, brengt hij dienovereenkomstig advies uit aan Onze Minister.
a. de mate van transparantie van de categorie transacties of handelsorders voor de hele desbetreffende relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen;
b. de noodzaak om de werking van de marktkrachten en de goede wisselwerking tussen vraag en aanbod op de betrokken relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen te waarborgen;
c. het effect van het verrichten of bewerkstelligen van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders op de marktliquiditeit en de marktefficiëntie van de betrokken relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen;
d. de mate waarin het verrichten of bewerkstelligen van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders aansluit bij het handelsmechanisme van de betrokken relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen en beleggers in staat stelt passend en tijdig te reageren op de nieuwe marktsituatie die door deze categorie transacties of handelsorders ontstaat;
e. het risico dat voortvloeit uit het verrichten of bewerkstelligen van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders voor de integriteit van direct of indirect gelieerde relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen voor het betrokken soort effect binnen de Europese Unie;
f. het resultaat van enigerlei onderzoek naar de desbetreffende categorie transacties of handelsorders door een bevoegde autoriteit in de zin van richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 april 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (PbEU L 96);
g. de structurele kenmerken van de betrokken relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten effectenbeurzen.
2. De toezichthouder draagt er zorg voor dat:
a. hij alvorens tot vaststelling van zijn advies over te gaan, vertegenwoordigende organisaties van belanghebbenden raadpleegt, alsmede andere bevoegde autoriteiten in de zin van richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 april 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (PbEU L 96);
b. hij zijn advies openbaar maakt, waarbij tevens een beschrijving van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders wordt gegeven en van de factoren die in aanmerking zijn genomen bij het beoordelen of de verboden, bedoeld in artikel 46b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de wet, niet van toepassing zouden moeten zijn op deze transacties of handelsorders;
c. hij zo spoedig mogelijk van zijn advies kennis geeft aan het Comité van Europese effectenregelgevers, ingesteld bij Besluit nr. 2001/527/EG van de Europese Commissie van 6 juni 2001 (PbEG L191).
3. Indien bepaalde categorieën transacties of handelsorders bij algemene maatregel van bestuur van de verboden, bedoeld in artikel 46b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de wet, zijn uitgezonderd, onderzoekt de toezichthouder regelmatig of de uitzondering nog gerechtvaardigd is. Daarbij neemt hij de factoren, bedoeld in het eerste lid, en de procedures, bedoeld in het tweede lid, in acht. Indien hij van oordeel is dat zijn advies gewijzigd of aangepast zou moeten worden, brengt hij dienovereenkomstig advies uit aan Onze Minister.