BWBR0018721
Geldig vanaf 2005-09-11
Artikel 5
Tijdelijke subsidieregeling internationale organisaties voor ontwikkelingssamenwerking
In de subsidieaanvraag komen aan de orde:
a. visie op de strategische alliantie met de minister,
b. de missie en de relatie tussen missie en visie op armoedebestrijding,
c. de gehanteerde interventiestrategieën,
d. de aard en kwaliteit van de relaties met partnerorganisaties,
e. de aard en kwaliteit van de relaties met derden,
f. de effecten en de duurzaamheid van de resultaten van de werkzaamheden van de organisatie,
g. de wijze waarop de organisatie gestalte geeft aan de bewaking van voortgang en kwaliteit van beleid en programma’s van de organisatie,
h. het door de organisatie gevoerde financieel beheer,
i. de bijdrage van de werkzaamheden aan structurele armoedebestrijding,
j. een strategische analyse, waarin aandacht voor de context, de betrokken actoren, eigen uitvoeringsacapaciteit en strategisch-operationele doelstellingen,
k. het strategisch beleid van de organisatie ten aanzien van de door haar ondersteunde organisaties,
l. de mate waarin de voorgenomen activiteiten vernieuwend zijn,
m. het verband tussen doelen, middelen en resultaten,
n. de mate waarin de beoogde resultaten specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn omschreven,
o. de doelgerichtheid en doelmatigheid van de inzet van middelen,
p. de wijze waarop kwaliteitsbeheer, monitoring en evaluatie van de werkzaamheden gestalte krijgt en
q. de mate waarin en de wijze waarop de voorgenomen werkzaamheden een duurzame uitwerking zullen hebben.
a. visie op de strategische alliantie met de minister,
b. de missie en de relatie tussen missie en visie op armoedebestrijding,
c. de gehanteerde interventiestrategieën,
d. de aard en kwaliteit van de relaties met partnerorganisaties,
e. de aard en kwaliteit van de relaties met derden,
f. de effecten en de duurzaamheid van de resultaten van de werkzaamheden van de organisatie,
g. de wijze waarop de organisatie gestalte geeft aan de bewaking van voortgang en kwaliteit van beleid en programma’s van de organisatie,
h. het door de organisatie gevoerde financieel beheer,
i. de bijdrage van de werkzaamheden aan structurele armoedebestrijding,
j. een strategische analyse, waarin aandacht voor de context, de betrokken actoren, eigen uitvoeringsacapaciteit en strategisch-operationele doelstellingen,
k. het strategisch beleid van de organisatie ten aanzien van de door haar ondersteunde organisaties,
l. de mate waarin de voorgenomen activiteiten vernieuwend zijn,
m. het verband tussen doelen, middelen en resultaten,
n. de mate waarin de beoogde resultaten specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn omschreven,
o. de doelgerichtheid en doelmatigheid van de inzet van middelen,
p. de wijze waarop kwaliteitsbeheer, monitoring en evaluatie van de werkzaamheden gestalte krijgt en
q. de mate waarin en de wijze waarop de voorgenomen werkzaamheden een duurzame uitwerking zullen hebben.