1. De minister kan, onverminderd het overigens krachtens
artikel 3, eerste en tweede lid, van de Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zakenbepaalde, subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan structurele armoedebestrijding in ontwikkelingslanden. De activiteiten hebben betrekking op een of meer van de volgende thema’s:
a. onderwijs,
b. HIV/AIDS en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten,
c. milieu en water,
d. goed bestuur, mensenrechten en vredesopbouw en
e. duurzame economische ontwikkeling.
2. Subsidie wordt niet verleend voor activiteiten:
a. die uitsluitend gericht zijn op directe dienstverlening, welzijn of investeringen,
b. die gericht of mede gericht zijn op proselitisme,
c. die uitsluitend gericht zijn op studie of onderzoek of
d. waarvan de reikwijdte beperkt is tot slechts een land.