BWBR0018627
Geldig vanaf 2005-11-13
Artikel 7
Regeling Commissie van Toezicht uitzettingen Koninklijke Marechaussee
1. De leden van de commissie hebben te allen tijde toegang tot de door de Koninklijke Marechaussee beheerde ruimten waar de uitzetting wordt voorbereid of feitelijk wordt uitgevoerd, tenzij daardoor, naar het oordeel van de leidinggevende ambtenaar van de Koninklijke Marechaussee ter plaatse, de orde tijdens de uitzetting kan worden verstoord.
2. De leden van de commissie worden geïnformeerd over de veiligheidsvoorschriften en dienen de op grond daarvan gegeven aanwijzingen door ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee terstond op te volgen.
3. De commissie kan zich over alle aangelegenheden die verband houden met de vervulling van haar taken rechtstreeks wenden tot de Commandant Koninklijke Marechaussee en de districtscommandanten van de Koninklijke Marechaussee onder wier verantwoordelijkheid de uitzetting plaatsvindt. De ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee verlenen de commissie terstond alle medewerking die zij redelijkerwijs voor haar taak behoeft.
4. De Commandant Koninklijke Marechaussee voorziet de leden van de commissie van een identiteitsbewijs, dat onbelemmerd toegang geeft tot door de Koninklijke Marechaussee beheerde ruimten waar een uitzetting wordt voorbereid of wordt uitgevoerd. De commissie wordt desgevraagd door de Minister van Defensie voorzien van middelen en mogelijkheden om ook feitelijk toezicht uit te oefenen aan boord van het vaartuig of luchtvaartuig waarmee de vreemdeling wordt uitgezet en zo nodig tijdens de overdracht van de vreemdeling aan de bevoegde autoriteiten van het land waarheen wordt uitgezet.
2. De leden van de commissie worden geïnformeerd over de veiligheidsvoorschriften en dienen de op grond daarvan gegeven aanwijzingen door ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee terstond op te volgen.
3. De commissie kan zich over alle aangelegenheden die verband houden met de vervulling van haar taken rechtstreeks wenden tot de Commandant Koninklijke Marechaussee en de districtscommandanten van de Koninklijke Marechaussee onder wier verantwoordelijkheid de uitzetting plaatsvindt. De ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee verlenen de commissie terstond alle medewerking die zij redelijkerwijs voor haar taak behoeft.
4. De Commandant Koninklijke Marechaussee voorziet de leden van de commissie van een identiteitsbewijs, dat onbelemmerd toegang geeft tot door de Koninklijke Marechaussee beheerde ruimten waar een uitzetting wordt voorbereid of wordt uitgevoerd. De commissie wordt desgevraagd door de Minister van Defensie voorzien van middelen en mogelijkheden om ook feitelijk toezicht uit te oefenen aan boord van het vaartuig of luchtvaartuig waarmee de vreemdeling wordt uitgezet en zo nodig tijdens de overdracht van de vreemdeling aan de bevoegde autoriteiten van het land waarheen wordt uitgezet.