BWBR0018626
Geldig vanaf 2005-10-25
Artikel 4
Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005
1. In het ontwikkelingsprogramma worden in ieder geval met betrekking tot de doelstellingen, genoemd in artikel 2, onderdelen a, c tot en met f, h en j, de gemeentelijke doelstellingen met betrekking tot stedelijke vernieuwing beschreven met als uitgangspunt de analyse, bedoeld in artikel 3, eerste onderscheidenlijk tweede lid, alsmede de op basis van die analyse gemaakte afwegingen van de gemeente.
2. Bij de voornemens, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeld:
a. met betrekking tot de doelstelling verbetering van de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt: de voorgenomen mutaties in de woningvoorraad, uitgesplitst naar: 1°. de aantallen voorgenomen nieuw te bouwen woningen, uitgesplitst naar koopwoningen met een koopprijs onder en gelijk aan respectievelijk boven de € 136.000,– en huurwoningen met een huurprijs van onder en gelijk aan respectievelijk boven de € 317,03 per maand: – op locaties buiten bestaand bebouwd gebied;
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de uitbreidingsbehoefte, en
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de vervangingsbehoefte;
– op locaties buiten bestaand bebouwd gebied;
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de uitbreidingsbehoefte, en
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de vervangingsbehoefte;
2°. het aantal voorgenomen omzettingen van huurwoningen in koopwoningen;
3°. het aantal voorgenomen onttrekkingen aan de woningvoorraad;
4°. het aantal voorgenomen woningverbeteringen waarvan de kostenraming of de aanneemsom meer bedraagt dan € 50.000,– exclusief BTW, en
5°. de voorgenomen toename van de voorraad volledig toegankelijke woningen;
1°. de aantallen voorgenomen nieuw te bouwen woningen, uitgesplitst naar koopwoningen met een koopprijs onder en gelijk aan respectievelijk boven de € 136.000,– en huurwoningen met een huurprijs van onder en gelijk aan respectievelijk boven de € 317,03 per maand: – op locaties buiten bestaand bebouwd gebied;
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de uitbreidingsbehoefte, en
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de vervangingsbehoefte;
– op locaties buiten bestaand bebouwd gebied;
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de uitbreidingsbehoefte, en
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de vervangingsbehoefte;
2°. het aantal voorgenomen omzettingen van huurwoningen in koopwoningen;
3°. het aantal voorgenomen onttrekkingen aan de woningvoorraad;
4°. het aantal voorgenomen woningverbeteringen waarvan de kostenraming of de aanneemsom meer bedraagt dan € 50.000,– exclusief BTW, en
5°. de voorgenomen toename van de voorraad volledig toegankelijke woningen;
b. met betrekking tot de doelstelling verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte: de oppervlakte openbare ruimte, uitgedrukt in vierkante meters, waarbij sprake is van een voorgenomen kwaliteitsimpuls;
c. met betrekking tot de doelstelling verbetering van het aanbod van grootschalige groenvoorzieningen in de stad, voorzover het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet: het aantal voorgenomen grootschalige groenprojecten met bijbehorende oppervlakten, uitgedrukt in vierkante meters;
d. met betrekking tot de doelstelling versterking van de culturele kwaliteiten van de leefomgeving: het aantal wijken waar fysieke culturele kwaliteiten aantoonbaar en integraal onderdeel uitmaken van de gebiedsontwikkeling, alsmede de mate waarin deze kwaliteiten zijn geborgd in het gemeentelijk beleid;
e. met betrekking tot de doelstelling verbetering van de milieukwaliteit: 1°. ten aanzien van bodemsanering: het van de werkvoorraad landbodems stedelijk gebied in die gemeente aan te pakken deel van die werkvoorraad, van welk deel met inachtneming van de in de bijlage bij dit besluit gegeven definities en beschreven uitgangspunten worden vermeld: het aantal te verrichten onderzoeken, het aantal te verrichten saneringen, het aantal vierkante meters verontreinigde grond, het aantal kubieke meters in de bodem aanwezige verontreinigde grond, het aantal kubieke meters verontreinigd grondwater en het aantal bodemsaneringsprestatie-eenheden, waarbij tevens in aantallen wordt vermeld welk deel van de aldus vermelde cijfers zonder overheidsbijdrage in de financiering zal worden gerealiseerd;
2°. ten aanzien van geluidsanering: het aantal van de voor die gemeente op de A- en raillijst voorkomende woningen dat aan het eind van het tweede investeringstijdvak zal zijn gesaneerd, uitgedrukt in zowel absolute aantallen als in een percentage van het totaal van deze woningen in die gemeente, en
3°. ten aanzien van verbetering van de binnenstedelijke luchtkwaliteit, voorzover het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet: het aantal meters wegdek dat naar verwachting onder de normen van het Besluit luchtkwaliteit zal worden gebracht;
1°. ten aanzien van bodemsanering: het van de werkvoorraad landbodems stedelijk gebied in die gemeente aan te pakken deel van die werkvoorraad, van welk deel met inachtneming van de in de bijlage bij dit besluit gegeven definities en beschreven uitgangspunten worden vermeld: het aantal te verrichten onderzoeken, het aantal te verrichten saneringen, het aantal vierkante meters verontreinigde grond, het aantal kubieke meters in de bodem aanwezige verontreinigde grond, het aantal kubieke meters verontreinigd grondwater en het aantal bodemsaneringsprestatie-eenheden, waarbij tevens in aantallen wordt vermeld welk deel van de aldus vermelde cijfers zonder overheidsbijdrage in de financiering zal worden gerealiseerd;
2°. ten aanzien van geluidsanering: het aantal van de voor die gemeente op de A- en raillijst voorkomende woningen dat aan het eind van het tweede investeringstijdvak zal zijn gesaneerd, uitgedrukt in zowel absolute aantallen als in een percentage van het totaal van deze woningen in die gemeente, en
3°. ten aanzien van verbetering van de binnenstedelijke luchtkwaliteit, voorzover het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet: het aantal meters wegdek dat naar verwachting onder de normen van het Besluit luchtkwaliteit zal worden gebracht;
f. met betrekking tot de doelstelling intensivering van de woningbouw binnen bestaand bebouwd gebied: het saldo van de binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, toe te voegen aantallen woningen, te berekenen door op het aantal nieuw te bouwen woningen binnen dat gebied de aan de woningvoorraad te onttrekken woningen binnen dat gebied in mindering te brengen, en
g. met betrekking tot de doelstelling verbetering van het aanbod van fysieke ruimte voor sociale voorzieningen: 1°. waar het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet: hetgeen daaromtrent is overeengekomen tussen het Rijk en de gemeente, en
2°. waar het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 6, derde lid, onder a, van de wet: hetgeen daaromtrent is overeengekomen tussen de provincie en de gemeente.
1°. waar het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet: hetgeen daaromtrent is overeengekomen tussen het Rijk en de gemeente, en
2°. waar het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 6, derde lid, onder a, van de wet: hetgeen daaromtrent is overeengekomen tussen de provincie en de gemeente.
2. Bij de voornemens, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeld:
a. met betrekking tot de doelstelling verbetering van de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt: de voorgenomen mutaties in de woningvoorraad, uitgesplitst naar: 1°. de aantallen voorgenomen nieuw te bouwen woningen, uitgesplitst naar koopwoningen met een koopprijs onder en gelijk aan respectievelijk boven de € 136.000,– en huurwoningen met een huurprijs van onder en gelijk aan respectievelijk boven de € 317,03 per maand: – op locaties buiten bestaand bebouwd gebied;
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de uitbreidingsbehoefte, en
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de vervangingsbehoefte;
– op locaties buiten bestaand bebouwd gebied;
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de uitbreidingsbehoefte, en
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de vervangingsbehoefte;
2°. het aantal voorgenomen omzettingen van huurwoningen in koopwoningen;
3°. het aantal voorgenomen onttrekkingen aan de woningvoorraad;
4°. het aantal voorgenomen woningverbeteringen waarvan de kostenraming of de aanneemsom meer bedraagt dan € 50.000,– exclusief BTW, en
5°. de voorgenomen toename van de voorraad volledig toegankelijke woningen;
1°. de aantallen voorgenomen nieuw te bouwen woningen, uitgesplitst naar koopwoningen met een koopprijs onder en gelijk aan respectievelijk boven de € 136.000,– en huurwoningen met een huurprijs van onder en gelijk aan respectievelijk boven de € 317,03 per maand: – op locaties buiten bestaand bebouwd gebied;
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de uitbreidingsbehoefte, en
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de vervangingsbehoefte;
– op locaties buiten bestaand bebouwd gebied;
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de uitbreidingsbehoefte, en
– op locaties binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, ter voorziening in de vervangingsbehoefte;
2°. het aantal voorgenomen omzettingen van huurwoningen in koopwoningen;
3°. het aantal voorgenomen onttrekkingen aan de woningvoorraad;
4°. het aantal voorgenomen woningverbeteringen waarvan de kostenraming of de aanneemsom meer bedraagt dan € 50.000,– exclusief BTW, en
5°. de voorgenomen toename van de voorraad volledig toegankelijke woningen;
b. met betrekking tot de doelstelling verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte: de oppervlakte openbare ruimte, uitgedrukt in vierkante meters, waarbij sprake is van een voorgenomen kwaliteitsimpuls;
c. met betrekking tot de doelstelling verbetering van het aanbod van grootschalige groenvoorzieningen in de stad, voorzover het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet: het aantal voorgenomen grootschalige groenprojecten met bijbehorende oppervlakten, uitgedrukt in vierkante meters;
d. met betrekking tot de doelstelling versterking van de culturele kwaliteiten van de leefomgeving: het aantal wijken waar fysieke culturele kwaliteiten aantoonbaar en integraal onderdeel uitmaken van de gebiedsontwikkeling, alsmede de mate waarin deze kwaliteiten zijn geborgd in het gemeentelijk beleid;
e. met betrekking tot de doelstelling verbetering van de milieukwaliteit: 1°. ten aanzien van bodemsanering: het van de werkvoorraad landbodems stedelijk gebied in die gemeente aan te pakken deel van die werkvoorraad, van welk deel met inachtneming van de in de bijlage bij dit besluit gegeven definities en beschreven uitgangspunten worden vermeld: het aantal te verrichten onderzoeken, het aantal te verrichten saneringen, het aantal vierkante meters verontreinigde grond, het aantal kubieke meters in de bodem aanwezige verontreinigde grond, het aantal kubieke meters verontreinigd grondwater en het aantal bodemsaneringsprestatie-eenheden, waarbij tevens in aantallen wordt vermeld welk deel van de aldus vermelde cijfers zonder overheidsbijdrage in de financiering zal worden gerealiseerd;
2°. ten aanzien van geluidsanering: het aantal van de voor die gemeente op de A- en raillijst voorkomende woningen dat aan het eind van het tweede investeringstijdvak zal zijn gesaneerd, uitgedrukt in zowel absolute aantallen als in een percentage van het totaal van deze woningen in die gemeente, en
3°. ten aanzien van verbetering van de binnenstedelijke luchtkwaliteit, voorzover het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet: het aantal meters wegdek dat naar verwachting onder de normen van het Besluit luchtkwaliteit zal worden gebracht;
1°. ten aanzien van bodemsanering: het van de werkvoorraad landbodems stedelijk gebied in die gemeente aan te pakken deel van die werkvoorraad, van welk deel met inachtneming van de in de bijlage bij dit besluit gegeven definities en beschreven uitgangspunten worden vermeld: het aantal te verrichten onderzoeken, het aantal te verrichten saneringen, het aantal vierkante meters verontreinigde grond, het aantal kubieke meters in de bodem aanwezige verontreinigde grond, het aantal kubieke meters verontreinigd grondwater en het aantal bodemsaneringsprestatie-eenheden, waarbij tevens in aantallen wordt vermeld welk deel van de aldus vermelde cijfers zonder overheidsbijdrage in de financiering zal worden gerealiseerd;
2°. ten aanzien van geluidsanering: het aantal van de voor die gemeente op de A- en raillijst voorkomende woningen dat aan het eind van het tweede investeringstijdvak zal zijn gesaneerd, uitgedrukt in zowel absolute aantallen als in een percentage van het totaal van deze woningen in die gemeente, en
3°. ten aanzien van verbetering van de binnenstedelijke luchtkwaliteit, voorzover het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet: het aantal meters wegdek dat naar verwachting onder de normen van het Besluit luchtkwaliteit zal worden gebracht;
f. met betrekking tot de doelstelling intensivering van de woningbouw binnen bestaand bebouwd gebied: het saldo van de binnen de grens van het bestaand bebouwd gebied, zoals die grens tot stand is gekomen in het jaar 2000, toe te voegen aantallen woningen, te berekenen door op het aantal nieuw te bouwen woningen binnen dat gebied de aan de woningvoorraad te onttrekken woningen binnen dat gebied in mindering te brengen, en
g. met betrekking tot de doelstelling verbetering van het aanbod van fysieke ruimte voor sociale voorzieningen: 1°. waar het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet: hetgeen daaromtrent is overeengekomen tussen het Rijk en de gemeente, en
2°. waar het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 6, derde lid, onder a, van de wet: hetgeen daaromtrent is overeengekomen tussen de provincie en de gemeente.
1°. waar het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet: hetgeen daaromtrent is overeengekomen tussen het Rijk en de gemeente, en
2°. waar het betreft een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 6, derde lid, onder a, van de wet: hetgeen daaromtrent is overeengekomen tussen de provincie en de gemeente.