BWBR0018625
Geldig vanaf 2005-08-19
Artikel 11
Besluit sanitair afval zeeschepen
1. Artikel 8, eerste lid, is niet van toepassing op de in artikel 2, eerste lid, onderdelen c en d, bedoelde schepen waarvan de kiel is gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevond vóór 2 oktober 1983. Zij moeten zoveel als praktisch uitvoerbaar en redelijk is, zijn uitgerust met voorzieningen om het sanitair afval overeenkomstig artikel 10te kunnen lozen.
2. Artikel 10is niet van toepassing op:
a. het lozen in zee van sanitair afval indien dit noodzakelijk is om de veiligheid van het schip en opvarenden zeker te stellen of om mensenlevens op zee te redden, of
b. het buiten het Antarctisch gebied lozen in zee van sanitair afval in geval van schade aan het schip of aan de uitrusting daarvan, mits na het ontstaan van de schade of na het ontdekken van de lozing alle redelijke voorzorgen zijn getroffen om de lozing te voorkomen of tot een minimum te beperken.
3. Artikel 10, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en vijfde lid, is niet van toepassing op schepen waarvoor een certificaat is afgegeven voor het vervoer van ten hoogste tien passagiers.
2. Artikel 10is niet van toepassing op:
a. het lozen in zee van sanitair afval indien dit noodzakelijk is om de veiligheid van het schip en opvarenden zeker te stellen of om mensenlevens op zee te redden, of
b. het buiten het Antarctisch gebied lozen in zee van sanitair afval in geval van schade aan het schip of aan de uitrusting daarvan, mits na het ontstaan van de schade of na het ontdekken van de lozing alle redelijke voorzorgen zijn getroffen om de lozing te voorkomen of tot een minimum te beperken.
3. Artikel 10, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en vijfde lid, is niet van toepassing op schepen waarvoor een certificaat is afgegeven voor het vervoer van ten hoogste tien passagiers.