BWBR0018608
Geldig vanaf 2005-12-01
Artikel 3
Besluit aanbestedingen speciale sectoren
1. Dit besluit is van toepassing op opdrachten die een aanbestedende dienst gunt in het kader van de volgende activiteiten:
a. de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van elektriciteit, of
b. de elektriciteitstoevoer naar de netten, bedoeld in onderdeel a.
2. De toevoer van elektriciteit naar netten bestemd voor openbare dienstverlening door een overheidsbedrijf, of een bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, wordt niet als een activiteit als bedoeld in het eerste lid beschouwd, wanneer:
a. de elektriciteitsproductie door het betrokken overheidsbedrijf, of bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, geschiedt, omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere dan de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, artikel 2, eerste lid, of de artikelen 5 tot en met 8, en
b. de toevoer aan het openbare net slechts van het eigen verbruik van de aanbestedende dienst afhangt en niet meer heeft bedragen dan 30 procent van de totale energieproductie van de aanbestedende dienst berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar.
a. de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van elektriciteit, of
b. de elektriciteitstoevoer naar de netten, bedoeld in onderdeel a.
2. De toevoer van elektriciteit naar netten bestemd voor openbare dienstverlening door een overheidsbedrijf, of een bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, wordt niet als een activiteit als bedoeld in het eerste lid beschouwd, wanneer:
a. de elektriciteitsproductie door het betrokken overheidsbedrijf, of bedrijf of instelling waaraan door de staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling een bijzonder recht of een uitsluitend recht is verleend, geschiedt, omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere dan de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, artikel 2, eerste lid, of de artikelen 5 tot en met 8, en
b. de toevoer aan het openbare net slechts van het eigen verbruik van de aanbestedende dienst afhangt en niet meer heeft bedragen dan 30 procent van de totale energieproductie van de aanbestedende dienst berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar.