BWBR0018607
Geldig vanaf 2005-12-01
Artikel 63
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
1. Dit besluit is niet van toepassing op aanvullende werken die noch in het aanvankelijk overwogen ontwerp van de concessie noch in het oorspronkelijke contract waren opgenomen en die als gevolg van onvoorziene omstandigheden voor de uitvoering van het werk zoals dat daarin is beschreven en dat door de aanbestedende dienst aan de concessiehouder wordt opgedragen, noodzakelijk zijn geworden, mits:
a. zij worden gegund aan de ondernemer die dit werk uitvoert wanneer deze aanvullende werken uit technisch of economisch oogpunt niet los van de oorspronkelijke overheidsopdracht kunnen worden uitgevoerd zonder de aanbestedende diensten grote ongemakken te bezorgen, of
b. wanneer deze werken, hoewel zij van de uitvoering van de oorspronkelijke overheidsopdracht kunnen worden gescheiden, voor de vervolmaking ervan strikt noodzakelijk zijn.
2. Het totale bedrag van de voor de aanvullende diensten of werken gegunde overheidsopdrachten, bedoeld in het eerste lid, mag niet hoger zijn dan 50 procent van het bedrag van het hoofdwerk waarvoor de concessie is verleend.
a. zij worden gegund aan de ondernemer die dit werk uitvoert wanneer deze aanvullende werken uit technisch of economisch oogpunt niet los van de oorspronkelijke overheidsopdracht kunnen worden uitgevoerd zonder de aanbestedende diensten grote ongemakken te bezorgen, of
b. wanneer deze werken, hoewel zij van de uitvoering van de oorspronkelijke overheidsopdracht kunnen worden gescheiden, voor de vervolmaking ervan strikt noodzakelijk zijn.
2. Het totale bedrag van de voor de aanvullende diensten of werken gegunde overheidsopdrachten, bedoeld in het eerste lid, mag niet hoger zijn dan 50 procent van het bedrag van het hoofdwerk waarvoor de concessie is verleend.