BWBR0018607
Geldig vanaf 2005-12-01
Artikel 46
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
1. Als instantie die bevoegd is tot het afgeven van een bewijsstuk waaruit blijkt dat een gegadigde of inschrijver voor een overheidsopdracht niet verkeert in een van de omstandigheden, bedoeld in artikel 45, derde lid, onderdelen a en b, geldt de griffier van de rechtbank die op grond van artikel 2 van de Faillissementswetbevoegd is tot het uitspreken van de faillietverklaring van de gegadigde of tot het op die gegadigde of inschrijver van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.
2. Als instantie die bevoegd is tot het afgeven van een verklaring waaruit blijkt dat een gegadigde of inschrijver niet verkeert in de omstandigheden, bedoeld in artikel 45, eerste of derde lid, onderdeel c, geldt Onze Minister van Veiligheid en Justitie die op grond van artikel 35 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevensbevoegd is een verklaring omtrent gedrag af te geven.
3. Als instantie die bevoegd is tot het afgeven van een verklaring waaruit blijkt dat een gegadigde of inschrijver voor een overheidsopdracht niet verkeert in de omstandigheid, bedoeld in artikel 45, derde lid, onderdeel e, geldt voor zowel de bijdragen ten behoeve van werknemersverzekeringen, als voor de bijdragen ten behoeve van de volksverzekeringen, de ontvanger onder wie de gegadigde ressorteert voor de inning van belastingen.
4. Als instantie die bevoegd is tot het afgeven van een bewijsstuk waaruit blijkt dat een gegadigde of inschrijver voor een overheidsopdracht niet verkeert in de omstandigheid, bedoeld in artikel 45, derde lid, onderdeel f, geldt de ontvanger onder wie de gegadigde ressorteert voor de inning van belastingen.
5. Wanneer in het land waarin de gegadigde of inschrijver gevestigd is niet een bewijsstuk of verklaring als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, wordt afgegeven, kan de gegadigde of inschrijver volstaan met een verklaring onder ede of een plechtige verklaring die door betrokkene ten overstaan van een bevoegde rechterlijke of administratieve instantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst wordt afgelegd.
2. Als instantie die bevoegd is tot het afgeven van een verklaring waaruit blijkt dat een gegadigde of inschrijver niet verkeert in de omstandigheden, bedoeld in artikel 45, eerste of derde lid, onderdeel c, geldt Onze Minister van Veiligheid en Justitie die op grond van artikel 35 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevensbevoegd is een verklaring omtrent gedrag af te geven.
3. Als instantie die bevoegd is tot het afgeven van een verklaring waaruit blijkt dat een gegadigde of inschrijver voor een overheidsopdracht niet verkeert in de omstandigheid, bedoeld in artikel 45, derde lid, onderdeel e, geldt voor zowel de bijdragen ten behoeve van werknemersverzekeringen, als voor de bijdragen ten behoeve van de volksverzekeringen, de ontvanger onder wie de gegadigde ressorteert voor de inning van belastingen.
4. Als instantie die bevoegd is tot het afgeven van een bewijsstuk waaruit blijkt dat een gegadigde of inschrijver voor een overheidsopdracht niet verkeert in de omstandigheid, bedoeld in artikel 45, derde lid, onderdeel f, geldt de ontvanger onder wie de gegadigde ressorteert voor de inning van belastingen.
5. Wanneer in het land waarin de gegadigde of inschrijver gevestigd is niet een bewijsstuk of verklaring als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, wordt afgegeven, kan de gegadigde of inschrijver volstaan met een verklaring onder ede of een plechtige verklaring die door betrokkene ten overstaan van een bevoegde rechterlijke of administratieve instantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst wordt afgelegd.